Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

casueel - (toevallig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

casueel [toevallig] {1692, vgl. casuelijck 1687} < frans casuel < latijn casualis (vgl. casualiteit).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

cazjuweel verouderd, (bijw.) toevallig; < Frans casuel.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kazjeweel, kazzeweel, bn.: toevallig; uitstekend, te gek. Br. kazuweel ‘toevallig, uitzonderlijk, opzienbarend’. Fr. casuel ‘toevallig’ < Laatlat. casualis, afl. van casus ‘geval’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kazuweel, kasjeweel, bw.: toevallig, uitzonderlijk, opzienbarend. Fr. casuel ‘toevallig’ < Laatlat. casualis, afl. van casus ‘geval’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

kazzeweel, kazjeweel, k(l)asjeweel bn.: merkwaardig, wonderlijk. Met betekenisverschuiving uit casueel ‘toevallig’ < Fr. casuel < Lat. casualis, afl. van casus ‘voorval, toeval’.

klasjeweel zie kazzeweel.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

casuweel (B), zn. o.: bijkomende inkomsten van geestelijken (uit huwelijken, begrafenissen). Substantivering van bn. casueel 'toevallig' < Fr. casuel < Mlat. casualis < casus.

kazzeweel, kazjeweel (ZV), bn.: merkwaardig, wonderlijk. Met betekenisverschuiving uit casueel 'toevallig' < Fr. casuel < Lat. casualis, afl. van casus 'voorval, toeval'. Zie ook casuweel.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kasueel [+]: “toevallig”, cassewiel by Trig (Scho TWK/NR 7, 2, p. 4), al in 17e-eeuse volkst., soos Eng. casual(ly) uit Fr. casuel uit Lat. casualis, afl. v. casus, “ge-/toeval”.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut