Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

casual - (informeel)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

casual b.nw. (geselstaal) Selde ook kasueel.
Ongeërg, nonchalant, informeel.
Uit Eng. casual (ongeveer 1374).
Eng. casual uit Oudfrans casuel uit Laat-Latyn casualis 'toevallig' uit Latyn casus 'geluk, gebeurtenis'.

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

casual (← Eng. ‘gemakkelijk zittende vrijetijdskleding’), als zelfstandig naamwoord: een hooligan* in dure merkkleding. Dit fenomeen kwam midden jaren tachtig vanuit Groot-Brittannië naar onze contreien overgewaaid.

Het moge duidelijk zijn: met de casuals, de nieuwste generatie hooligans, hebben deze jongens niet veel op. (Panorama, 26/10/88)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut