Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

castreren - (ontmannen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

castreren ww. ‘ontmannen’
Mnl. castreren ‘ontmannen’ [1291-1300; Diat.], eunuchi, die hen selven castraveren omme dat rike der hemele ‘eunuchen die zichzelf castreren omwille van het rijk der hemelen’ [1380-1400; MNW-R].
Ontleend aan Latijn castrāre ‘castreren’, een afleiding van Latijn *castrum ‘mes’, verwant met Indo-Europese woorden met de betekenis ‘mes’ en ‘snijden’, pie. *ḱes- (IEW 586).
Volgens EDale heeft het Nederlands het woord ontleend aan Frans castrer ‘ontmannen’. Deze geleerde vorm verschijnt echter pas in 1906 [Rey], eerder is het werkwoord châtrer ‘verminken, ontmannen’, ouder chastrer ‘id.’ [1121; Rey], al komen in de dialecten ook vormen met c- voor. Ook het zn. castration ‘castratie’ verschijnt pas 1380 [BvW]. Het is daarom aannemelijk dat het Nederlandse werkwoord rechtstreeks uit het Latijn overgenomen is.
castraat zn. ‘gecastreerd persoon; zanger die als kind gecastreerd is om de hoge stem te behouden’. Nnl. castraat ‘gecastreerde zanger’ [1768; WNT Aanv.], ‘gecastreerde haremwacht’ [1768; WNT Aanv.]. Al dan niet via Frans castrat ‘id.’ [1749; Rey] ontleend aan Italiaans castrato ‘id.’ [eind 17e eeuw] of Latijn castrātus ‘id.’, afleiding van het werkwoord castrāre. ♦ castratie zn. ‘ontmanning’. Nnl. castratie ‘id.’ [1871; WNT waterbreuk]. Ontleend aan Latijn castrātiō ‘id.’, afleiding van het werkwoord castrāre.

EWN: ♦ castraat zn. 'gecastreerd persoon; zanger die als kind gecastreerd is om de hoge stem te behouden' (1768)
ANTEDATERING: vnnl. vanden rencontre ... met een castrato 'over de ontmoeting met een castraat' [1694; iWNT virtuoos I]
Later: melodieus ... singen, als Castraten, Lysters en Nachtegaelen [1717; AlmanachM, G2r] (EWN: 1768)
EWN: ♦ castratie zn. 'ontmanning' (1871)
ANTEDATERING: vnnl. Castratie, een lubbinghe ('ontmanning') [1553; iWNT]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

castreren [ontmannen] {1291-1300} < frans castrer < latijn castrare [idem], verwant met carēre [missen, vrij zijn van].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

castreren ontmannen 1291-1300 [CG Luiks Diat.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut