Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cassette - (doos, kastje; houder voor geluidsband of film)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cassette zn. ‘doos, kastje; houder voor geluidsband of film’
Vnnl. cassettes (mv.) ‘(geld)kisten’ [1688; WNT Aanv.]; nnl. cassette ‘(geld)kastje’ [1824; Weiland], ‘houder voor plaat met fotografische opname’ [1902; WNT Aanv.], ‘houder voor films’ [1950; Dale], ‘sierdoos voor tafelzilver’ [1952; Koenen], ‘houder voor film of geluidsbanden’ [1974; Koenen].
In de betekenis ‘doos, kastje (voor kostbaarheden)’ ontleend aan Frans cassette ‘kistje, doosje, houder’ [1348; Rey] < Italiaans cassetta ‘doosje’, verkleinwoord van cassa, zie → kas, zie ook → kassa. De betekenis ‘houder voor geluidsbanden’ is wrsch. ontleend aan Engels cassette ‘geluidscassette’ [1960; OED], een betekenis die was ontstaan naar analogie van oudere betekenissen als ‘houder voor fotografische plaat’ [1875; OED] en ‘houder voor spoel met film’ [1940; OED], of op diezelfde manier in het Nederlands ontstaan.
cassettedeck zn. ‘cassetterecorder zonder ingebouwde versterker en luidsprekers’. Nnl. cassettedeck ‘id.’ [1984; Dale]. Gevormd naar analogie van tapedeck ‘taperecorder zonder ingebouwde versterker en luidsprekers’ [1975; Reinsma 1975], ontleend aan Engels tape deck ‘bovenste gedeelte van de bandrecorder waarin zich het mechanische gedeelte bevindt’ [1949; OED deck], een samenstelling van tape ‘band’ en deck ‘dek, bovendeel’, zie → dek en → dak. Het woord is ook wel verkort gebruikt: deck ‘tapedeck of cassettedeck’ [1984; Dale].

EWN: ♦ cassettedeck zn. 'cassetterecorder zonder ingebouwde versterker en luidsprekers' (1984)
ANTEDATERING: Stereo cassette-deck [1970; Nieuwsblad van het Noorden (KB) 9/10]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cassette [houder, doos] {1824} < frans cassette < italiaans cassetta, verkleiningsvorm van cassa (vgl. kassa).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kezet, gazet, zn.: vuurvaste doos om aardewerk in te bakken. Fr. cassette. Gazet is volksetymologisch.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cassette ‘houder’ (Frans cassette); ‘geluidsband in houder’ (Engels cassette)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Cassette (Fr.; = Ital. cassétta = doosje, kastje; dem. v. cássa = kist, kast). Andere naam voor → chassis.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cassette ‘houder; geluids- of videoband in houder’ -> Indonesisch kasét, cassette ‘geluids- of videoband; cassetterecorder’; Ambons-Maleis kasèt ‘cassettebandje’; Madoerees kaset ‘cassettebandje; doos voor horlogeketting’; Menadonees kasèt ‘cassettebandje’; Minangkabaus kaset ‘cassettebandje’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cassette houder, doos 1688 [Aanv WNT] <Frans

cassette geluids- of videoband in houder 1902 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal