Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cassavehout - (boomsoort, houtsoort)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

cassa’vehout, 1. (de), boom met bloempjes in dichte schermpjes in grijsbruin behaarde pluimen (Schefflera morototoni, Cassavehout-familie*). Zie Ost. 146. - 2. (het), hout van deze boom. - Etym.: De bladeren lijken op die van cassave (Cassavefamilie*); zie hout* (b). S kasaba-oedoe = lett. id. - Syn. lucifershout*.

Cassa’vehoutfamilie (de), Klimopfamilie, een bepaalde plantenfamilie (Araliaceae). - Etym.: Genoemd naar cassavehout* (1). - Opm.: Bij L&Me (113) Morototofamilie.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut