Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

casinobrood - (broodsoort)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

casino zn. ‘gelegenheid voor kansspelen; gebouw voor feestelijkheden en kansspelen’
Nnl. casino “zeker speel- en gezelschapshuis voor den adel, in Florence”, ‘gebouw voor gezellig verkeer’ [1824; Weiland], ‘sociëteits- of clubgebouw (met name voor officieren)’ [1908; WNT], ‘avondfeest in besloten kring gevolgd door een bal; speelclub’ [1914; Dale].
Ontleend aan Frans casino ‘gebouw voor feestelijkheden en kansspelen, met name in badplaatsen’ [1812; Rey], eerder al ‘huis van plezier’ [1740; Rey] < Italiaans casino ‘speelhuis’ [17e eeuw], eerder al ‘landhuis, zomerhuis; bordeel’ [16e eeuw], verkleinwoord van casa ‘huis’, dat wrsch. een substraatwoord is (Rey).
Het eerste casino (in de hedendaagse betekenis van het woord) dat in teksten voorkomt, is Casino dei Nobili in Florence (1775).
casinobrood zn. ‘fijn vierkant brood’. Nnl. casinobrood ‘id.’ [1910; WNT zalm I]. Samenstelling van casino en → brood. Het brood zou zo genoemd zijn omdat het in een gesloten vierkant blik, een ‘huisje’ als het ware, gebakken wordt. Mogelijk werd ook verwezen naar het gebruik om in casino's (officiersclubs, clubhuizen, speelzalen etc.) fraaie driehoekige sandwiches te serveren, die uit vierkante broden gesneden werden.

EWN: casino zn. 'gelegenheid voor kansspelen; gebouw voor feestelijkheden en kansspelen' (1824)
ANTEDATERING: eerst De Casino te Bologne … Daar zyn speeltafels [1756; Richardson 5, 12]
Later ook: een schoon Casino of openbaar Assembleehuis ('huis voor samenkomsten') [1773; Volkman(n) 2, 21] (EWN: 1824); een Casino te maken 'een gezellig samenzijn te organiseren' [1800; Alg.KLB, 71]
EWN: ♦ casinobrood zn. 'fijn vierkant brood' (1910)
ANTEDATERING: casinobrood [1888; Nieuwe Amersfoortsche courant (EC) 3/11] (1910)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

casinobrood [broodsoort] {1901-1925} het eerste lid is italiaans casino [lett.: huisje], verkleiningsvorm van casa; vermoedelijk zo genoemd omdat het wordt gebakken in een (rechthoekig) blik met deksel.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

casinobrood o., hier casino = officierenclub.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

casinobrood [in een bus gebakken broodsoort] (1914). In 1914 verschijnt de vijfde druk van het woordenboek van Van Dale, onder redactie van P. J. van Malssen. Hij is de eerste die in een woordenboek onder meer de volgende woorden opneemt: casinobrood, diabolo (‘soort speelgoed’), dribbelen, emmeren (‘zaniken’), klaarkomen (‘orgasme hebben’) en trip (‘reisje’).

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

casinobrood broodsoort 1914 [GVD]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut