Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cas - (geval)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cas [geval] {1467-1490} < frans cas < latijn casus (2e nv. casus) [idem], zn. gevormd naar het verl. deelw. casus (2e nv. casi) van cadere [vallen] (vgl. casus).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

cas: in cas (van) (verouderend) in geval (van). In cas van onvermogen kan een geldboete omgezet worden in gevangenisstraf. Zie Schoonhoven 159. - Etym.: Van F ‘en cas (de)’ = id. In AN reeds lang veroud.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kas IV: (in verbg.) in kas, “in geval, ingeval”; Ndl. cas/kas (Mnl. cas) wsk. via Fr. cas uit Lat. in casu, “in geval” – by vRieb in dat cas en in cas, by Teenstra in kas van ... (Frank TB 186), by Cha e.a. (Scho TWK 14, 1, p. 18).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut