Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cartabel - (jaarboekje met kerkelijke feestdagen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cartabel [jaarboekje met kerkelijke feestdagen] {chartabelle [brochure] 1557, cartabel [jaarboekje] 1731} < middeleeuws latijn cartabula [klein geschrift of document], verkleiningsvorm van charta (vgl. charter, kaart).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kartabel, zn.: liturgische kalender (r.k.). Door volksetymologie ook koortabel. 1731 de cartabellen voor de geestelijcke getyden (WNT). Uit Mlat. cartabello ‘boekje’, cartabulum ‘register’, dim. van Lat. carta, charta ‘geschreven document’. Daarnaast is er Ndl. kattebelletje ‘haastig geschreven briefje’ uit Vnnl. cartabelle ‘notitie van weinig belang’ (WNT) uit It. scartabello ‘notitieboekje’ < Mlat. scartabellus ‘notitieboekje’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1112. Een kattebelletje,

een klein briefje, een kort berichtje; 17de eeuw kartabel, it. scartabello, cartabello, schrijfboek, bundel papieren. Vgl.: De kartabellen, liedtjens, pampieren en geschriften, daar deze Rommelzoo is uit vergadertVoorrede van de Nieuwe Hofsche Rommelzoo, gedischt voor de laatdunkende Knip-rymers en Rymerzen, anno 1655.; Daghreg. Bat. 2, 422: Door de achteloosheyt vanden overleden coopman J.... int houden van sijne boecken, sijn boven diversche erreuren, niet als eenige cartabellen van rekeninge bevondenOntleend aan Ndl. Wdb. III, 1972.; Nav. LXI, 180: Zeecker cartebelleken van de meuble (anno 1624); bl. 186: Dat hij deselve specificatie houdende is voor puijre cartabella, dewijle deselve niet behoorlicken ende wettelicker wijs is gemaeckt (anno 1661); Bouman, 51: kattebel, klein briefje, kaartje; Het Volk, 29 Dec. 1913, p. 1 k. 4: ‘Het Katholieke Volk’ brengt het volgende kattebelletje; 18 April 1914, p. 5 k. 2: Toen ik dit kattebelletje doorgelezen had; 26 Mei 1914, p. 1 k. 2: In een kattebelletje van enkele regels maakt ‘De Bode’ Troelstra uit voor Paus en ons voor ‘Het Handelsblad’; J. Feith, Uit Piet's Vlegeljaren, 195: Een Hollandsch opstel was hem een kwelling, een kattebelletje van drie regels een marteling; Dievenp. 77; Peet, 180; Ndl. Wdb. III, 1971; enz.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut