Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cannetille - (buisje van goud- of zilverdraad)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cannetille, cantille, kantielje [buisje van goud- of zilverdraad] {cantillien (mv.) 1612} < frans cannetille < spaans cañutillo, verkleiningsvorm van cañuto [pijp, buis, deel van een plant] < latijn canna [riet].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kantielje o., Fr. cannetille, van It. cannettiglia: oorspr. onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

kantieljegoud, ketieljegoud, katrielje(goud), kadrieljegoud zn. o.: sieraden van opengewerkt goud. Katrieljes ‘gouden bellen van kantieljewerk’. Cantille, cannetille(werk) ‘spiraalvormige tot buisjes gewonden gouddraad’ < Fr. cannetille < Sp. cañutillo, dim. van cañuto ‘pijp, buis’ < Lat. canna ‘riet’. Ook It. cannettiglia. Katrielje/kadrielje met r-epenthesis en ook door verwarring met katrielje 1 < quadrille.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

katrielje (ZV), zn.: goud- of zilverdraad voor borduurwerk. Door associatie met katrielje < Fr. quadrille, naam van een Zeeuwse volksdans boerecarré, uit kantielje, cantille < Fr. cannetille < Sp. cañutillo, dim. van cañuto 'pijp, buis' , afl. van canna 'riet'.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal