Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

camper - (kampeerwagen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

camper zn. ‘kampeerwagen’
Nnl. camper ‘kampeerwagen’ [1984; Dale].
Ontleend aan Amerikaans-Engels camper ‘kampeerwagen’ [1960; OED], eerder al ‘kampeerder’ [1856; OED] en ‘soldaat, hij die een kamp volgt’ [1631; OED], afleiding van het werkwoord camp ‘kamperen, zijn tenten opslaan’, een afleiding van het zn. camp ‘kampement, legerplaats’ < Frans camp < Latijn campus ‘vlakte’, zie → kamp 3.

EWN: camper zn. 'kampeerwagen' (1984)
ANTEDATERING: de WEVO-CAMPER, de prachtige opvouwbare kampeerwagen [1955; LC (KB) 22/4]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

camper [kampeerwagen] {na 1950} < engels camper, van camp [kamp] (vgl. kamp) + -er.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

camper (Engels camper)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

camper kampeerwagen 1984 [GVD] <Engels

Hosted by Meertens Instituut