Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

calvinist - (aanhanger van de hervormde leer van Calvijn)

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Calvinisten, de volgelingen van Calvijn, in ons land ook Gereformeerden geheeten. Zij bezitten in Calvijns “Institutio religionis Christianae”, zooals die in 1559 omgewerkt is, een standaardwerk, waarin op meer wetenschappelijke wijze dan door Luther en zijn volgelingen een Protestantsche leer is gegrondvest.
In 1610 ontstond, zooals wij als bekend veronderstellen, een scheuring door het optreden der Remonstranten, waaronder sedert het einde der 18e eeuw het rationalisme (zie noot bij Lutherschen) meer en meer veld won.
Ook in de Hervormde (Calvinistische) kerk ontstonden verschillende richtingen. Het rationalisme vond meer en meer aanhangers, zoodat de Calvinisten sedert het begin der 19e eeuw vele lidmaten verloren. Op aanstichting van den Groninger hoogleeraar Prof. Hofstede de Groot ontstond in 1834 de Evangelische of Groningsche school. De Groningers ontkenden de onfeilbaarheid van den bijbel, zonder evenwel de echtheid van de Nieuwtestamentische boeken in twijfel te trekken. De oppositie tegen deze meer en meer toenemende vrijzinnigheid gaf aanleiding, dat in het jaar 1835 een groot getal orthodoxen onder leiding van de predikanten De Cock en H. P. Scholte de kerk verlieten en de “Christelijk Gereformeerde Kerk onder het Kruis in Nederland” stichtten. Deze kerk (ook wel die der “Afgescheidenen” geheeten) opende in 1854 te Kampen een eigen theologische school.
Prof. Opzoomer te Utrecht riep een nieuwe, hoogst vrijzinnige richting op theologisch gebied in het leven, nl. die der Modernen, waarvan vooral de Leidsche professoren J. H. Scholten en A. Kuenen krachtige medestrijders waren. Deze richting verwierp elke beperking van ’t recht der kritiek, zoowel op den bijbel als op de leerstellingen en geloofsbelijdenis.
Tusschen de “Groningers” en de “Modernen” eenerzijds en de “confessioneelen” (strenge Calvinisten) anderzijds stonden de zoog. “gematigde Orthodoxen”, die zich van een scherp omschreven geloofsleer onthielden. De invloedrijkste richting in dezen zin is de zoog. Ethische, van Prof. Chantepie de la Saussaye Sr. en prof. J. H. Gunning te Leiden, die hun geloofsleer aan den historischen persoon van Jezus Christus gebonden achten (d. w. z. zij namen Zijn bestaan aan), en wiens goddelijkheid zij erkenden.
De “Groninger school” verloor weldra haar grootsten invloed, hoewel zij in het bestuur der kerken nog steeds een belangrijk aandeel had. Uit haar ontwikkelde zich een nieuwe “Evangelische richting”, die spoedig vele aanhangers vond, o. a. in den hofprediker ds. C. E. van Koetsveld, schrijver van “de Pastorie van Mastland”.
In 1877 stichtten de gebroeders Hugenholtz de “Vrije Gemeente” te Amsterdam, die zich aan alle kerkelijk verband onttrok en meer op een zedelijken levenswandel dan op een geformuleerde geloofsbelijdenis lette. De streng-orthodoxen daarentegen gingen onder leiding van dr. A. Kuyper in 1880 over tot de stichting van een “Vrije Universiteit op Gereformeerden grondslag”, niet alleen om rechtzinnige predikanten op te leiden, maar vóór alles de geheele theologische wetenschap in streng-calvinistischen zin te hervormen (of herstellen). Tegelijkertijd protesteerden zij als “Doleerenden” (= klagenden) tegen de synodale hiërarchie (de synode liet volgens hen veel te gemakkelijk predikanten toe met het oog op de aloude geloofsbelijdenis), waarvan in 1886 een nieuwe afscheiding en de stichting van de “Nederduitsch Gereformeerde Kerk” het gevolg was (door het volk “Doleerenden” geheeten).
De “Doleerenden” en de “Afgescheidenen”, die niet veel in geloofsbelijdenis verschilden en beiden de toepassing der oude Calvinistische geloofsartikelen eischten, hebben zich in 1892 vereenigd onder den naam “Gereformeerde Kerken”. Eenige “Doleerenden”, die zich niet met deze samensmelting konden vereenigen, noemden hun gemeente voortaan “Christelijke Gereformeerde Kerk”.
Over de Mennonieten of Doopsgezinden, die de moderne richting volgen, zie “Mennonieten”.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

calvinist aanhanger van de hervormde leer van Calvijn 1583 [WNT wet I] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut