Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

calico - (kalkoen; soort katoen)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

calico of calicot znw. o. ‘fijne katoen’ < ne. calico of nfra. calicot, genoemd naar de naam van de stad Calicut.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

ca’lico (de), een soort fijne, katoenen stof, in Suriname vooral gebruikt voor het vervaardigen van kleding. - Etym.: Oorspronkelijk katoen van Calicot of Calcutta (een stad in het huidige Bangla Desh); later fijne linnenachtige stof van ongebleekte katoen, veel voor boekbanden gebruikt (Van Dale). - Zie ook: percale*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

calico (Engels calico)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

kalkoen (1551) hoenderachtige vogel

De geschiedenis van het woord kalkoen is een echte hersenkraker. De kalkoen heet zo naar de Indiase havenplaats Calicut, maar de vogel komt uit Midden-Amerika.
Bovendien doet het vreemde verschijnsel zich voor dat de naam van de vogel in diverse andere talen ook op zijn geografische herkomst wijst, maar wel telkens op een andere. Zo zeggen de Engelsen turkey, naar Turkije. De Fransen zeggen dinde, wat een samentrekking is van coq d'Inde ‘Indische haan’. En de Portugezen zeggen perú, naar het gelijknamige land. Al deze woorden duiken aan het begin van de 16de eeuw op. Had er toen soms een diaspora van kalkoenen plaats?
Laten we beginnen met de geschiedenis van de havenplaats Calicut. Calicut ligt aan de zuidwestkust van India. De Portugees Pedro da Covilham — en niet Vasco da Gama, zoals je vaak leest — kwam hier omstreeks 1487 voor het eerst in India aan land. In de decennia daarna dwongen de Portugezen de inwoners van Calicut handel met hen te drijven. Het voornaamste exportprodukt was eerst peper, later een katoenen stof (zie verder hieronder).
Ondertussen maakten de Spanjaarden in 1518 in Mexico — aan de andere kant van de aardbol — kennis met de kalkoen. De Azteken hielden deze vogel als huisdier. Al snel verscheepten de Spanjaarden het beest naar Europa, via Zuid-Amerika. Dit verklaart de Portugese naam perú. Maar hoe kwam men er dan toch toe de kalkoen te vernoemen naar Calicut in India?
Sommigen denken dat het schip dat de kalkoen naar Europa bracht, een tussenstop maakte in Calicut. Dat is echter wel heel ver om, zelfs in een tijd dat men niet keek op een extra jaartje zeilen.
De meeste taalkundigen echter gaan ervan uit dat de kalkoen zijn naam dankt aan het feit dat men in de 16de eeuw slechts een vaag benul had van de wereld buiten Europa. Formeel maakte men indertijd onderscheid tussen West-Indië (Amerika, denk ook aan de Indianen), en Oost-Indië (Zuid-Azië). Maar het was allemaal Indië, en ergens in dat exotische gebied achter de horizon lag Calicut.
Calicut ontwikkelde zich binnen korte tijd tot de spil in de handel tussen India en Europa en kreeg daarmee grote bekendheid. In Nederlandse postincunabelen uit 1504 en 1508 wordt de plaats afwisselend ‘Callicuten’ en ‘Calcoen’ genoemd. Later verwarden etymologen Calicut overigens eindeloos met Calcutta, wat het er allemaal niet eenvoudiger op maakt.
Maar goed, de kalkoen uit Midden-Amerika werd beschouwd als een vogel uit Oost-Indië, een gebied dat men vereenzelvigde met Calicut. Zo verklaren onze taalkundigen het woord kalkoen, en ze doen dat op basis van een overtuigende hoeveelheid citaten uit onze literatuur. Daarin wordt de vogel eerst kalikoetse haan of kalkoense haan genoemd en later kortweg kalikoet of kalkoen — vormen die lang naast elkaar bleven bestaan.
Dat men de vogels in Engeland turkeys noemde, komt waarschijnlijk doordat ze vanuit Turkije of via Turkse handelaren werden geleverd (vgl. turkoois). Ook in het Nederlands is de vorm Turcksche henne (1567) aangetroffen, en in het Duits sprak men na Indianisch han en Kalekuttisch hun, onder andere van turkische henne (inmiddels van Truthahn).
Waarschijnlijk bracht Anthonis Mulock, een kapitein uit Zierikzee, de kalkoen als eerste naar Nederland. Mulock keerde in 1528 terug van een reis naar Afrika en de Kaapverdische eilanden met aan boord ‘die eerste Kalkoensche hoenderen’, aldus een kroniek van Zeeland uit 1644. Waar Mulock deze kalkoenen precies vandaan had, meldt de kroniek niet, maar hoogstwaarschijnlijk uit Spanje. In ieder geval was hij er apetrots op: hij liet meteen een kalkoenkop in zijn familiewapen opnemen.
De kalkoen verwierf zich niet alleen snel een plaatsje op ons bord, maar ook in de spreektaal. De kam en lellen van een kalkoen worden rood als hij zich opblaast en dat gaf aanleiding tot de uitdrukking hij ziet zo rood als een kalkoense of kalikoetse haan. Van iemand die onverstaanbare brabbeltaal uitsloeg, zei men dat hij kalikoets sprak, naar het gekal van de kalkoen. En een dikke, rode (puist)neus noemde men een kalkoenneus of een kalkoense neus. Die uitdrukking is al te vinden bij Erasmus.

De Britten noemden de stoffen uit Calicut aanvankelijk Calicut-cloth of Calico-cloth (1540). Later werd dit verkort tot calico (1578). De Fransen leenden dit begrip uit het Engels. Wij namen twee vormen over: eerst calico uit het Engels, later calicot uit het Frans. De stof werd onder meer gebruikt voor boekbanden.

KALKOEN: Grimm Deutsches Wtb. 5 (1873) 62; Winkler Prins1 9 (1877) 178-179; Balfour Cyclopaedia of India 1 (18853) 549; Nagtglas Levensberichten van Zeeuwen 2 (1893) 239; Franck & Wijk Etym. wdb. (1912<+>2) 287; WNT VII1 (1926) 963-964, 996-999, 1001-1003; Onze Taal (1942) 95; TNTL 70 (1952) 281-283, & 74 (1956) 304; R. v.d. Meulen Verh. der KNAW 66. 2 (1959) 37; Vries Ned. etym. wdb. (1971) 297; Winkler Prins7 10 (1973) 594; Postma & Scheepmaker Wat van eksters komt... (1989) 218; Veen Etym. wdb. (1989) 381; Vries & Tollenaere Etym. wdb. (199115) 187; Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 1471; OED (19932).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut