Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

calculeren - (berekenen; inschatten, beredeneren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

calculeren ww. ‘berekenen; inschatten, beredeneren’
Mnl. calkeleren ‘berekenen, in rekening brengen’ [1488; MNW]; vnnl. in het zn. calculant “eig. die calculeert, berekeningen maakt ... met betr. tot de astrologie” [1521; Mak 1959], rekenen, calculeren [1555; Luython]; nnl. gecalculeerd ‘ingeschat, beredeneerd’ [1784; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans calculer ‘berekenen’ [1372; Rey] < Laatlatijn calculare ‘rekenen’, een afleiding van Latijn calculus ‘kiezelsteen, steentje op een rekenbord, berekening’, verkleinwoord van calx ‘steen, speelsteen, kalksteen’, zie → kalk.
calculatie zn. ‘berekening’. Mnl. kalkulatie ‘berekening’ [1432; MNHWS], calculatie ‘berekening’ [1485; MNW]. Ontleend aan Laatlatijn calculatio ‘berekening’, bij Laatlatijn calculare ‘rekenen’. ♦ calculator zn. ‘(zak)rekenmachine’. Nnl. calculator ‘bedrijfsmatig rekenaar’ [1847; Kramers], ‘zakrekenmachine’ [1984; Reinsma 1984]. Ontleend aan Engels calculator ‘rekenaar’ [ca. 1380; OED], later ook ‘rekenmachine’ [1946; OED] < Laatlatijn calculator ‘rekenaar’ bij het werkwoord calculare ‘rekenen’.

EWN: calculeren ww. 'berekenen; inschatten, beredeneren' (1488)
ANTEDATERING: leertse calculeren ende rekenen [1485; Engelsman, 174v]
EWN: ♦ calculator zn. '(zak)rekenmachine' (1847)
ANTEDATERING: Calculator 'persoon belast met prijsberekeningen e.d.' [1773; Opregte Groninger courant (KB) 9/3]
Later: calculator '(grote) rekenmachine' in: programmeerbare calculator [1971; De Telegraaf (KB) 5/4]; De goedkope calculator is niet meer dan een telmachientje [1974; Nederlands dagblad (KB) 18/11] (EWN: 1984)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

calculeren [berekenen] {1539 in de betekenis ‘beschouwen, menen’, vgl. kalkulatie 1482} < frans calculer < latijn calculare [rekenen], van calculus [keizelsteen, steentje op het rekenbord, berekening], verkleinwoord van calx (2e nv. calcis) [kalksteen, kalk, steen op het speelbord] (vgl. calcium).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

calculeren berekenen 1611 [WNT] <Frans

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

calculeren, in verbindingen als calculerende burger; calculerend gedrag; de calculerende tijdgeest heeft het woord calculeren een betekenisontwikkeling ondergaan van neutraal naar ongunstig, nl. ‘in eigen voordeel berekenen’; ook ‘zwartwerken; frauderen met zijn uitkering’. CDA-minister Hirsch Ballin uit het kabinet Lubbers-Kok heeft de uitdrukking calculerende burger voor een ‘kruimelfraudeur’ weliswaar populair gemaakt, maar in feite werd ze gemunt door Godfried Engbersen, hoogleraar in de sociale wetenschappen in Utrecht en sociologisch onderzoeker van het gedrag van bijstandstrekkers.

De meesten van de onderzochte minima hadden een creatieve manier gevonden om het inkomen wat aan te vullen. De calculerende burger uit de sociologische handboekjes in topvorm. HP/De Tijd, 05/03/93)
Die verandering is natuurlijk opgevallen en blijkbaar wordt ze door velen ervaren als bedreigend. Want die sfeer hangt er rond het begrip ‘calculerende burger’. Het wordt vaak niet gebruikt in bewonderende zin, maar in de negatieve betekenis van berekenend, solistisch, egoïstisch zelfs. De Volkskrant, 20/03/93)
Er bestaat tegenwoordig een ‘calculerende burger’. Zijn er ook steeds meer calculerende agenten? En ik bedoel niet eens: corrupt, maar agenten met iets meer begrip voor misdaad. (Vrij Nederland, 24/04/93)
Jongeren moeten tot nederigheid geranseld worden. Anders groeien ze op tot calculerende, verindividualiseerde burgers, die proberen een zo aangenaam mogelijk leven te hebben. (Oor, 12/06/93)
Godfried Engbersen, sociologisch onderzoeker aangaande het gedrag van bijstandstrekkers en uitvinder van de term ‘calculerende burger’, noemde tegenover NRC Handelsblad de volledige werkgelegenheid een ‘illusie’. (HP/De Tijd, 04/02/94)
Helaas is bij de nazaten van de toenmalige elite weinig interesse voor het algemeen belang te bespeuren. Zij vluchten voor de fiscus en kiezen domicilie te Brasschaat. De calculerende burger is in tel. (Trouw, 18/10/96)
Van de maaltijden thuis, in die ‘strikte’ jaren vijftig herinner ik mij niet anders dan verhalen over sjoemelende aannemers, rijke lui die de belastingen bedotten, ambtenaren die vriendjespolitiek bedreven. Ook toen wemelde het van calculerende burgers en grensverleggende overheidsdienaren. (Het Parool, 20/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut