Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cajoleren - (flikflooien)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cajoleren [flikflooien] {1650} < frans cajoler [idem, oorspr. snappen als een vogel in een kooitje], ouder gaioler, van picardisch gaiole [kooi] < latijn caveola [holte, hol van dieren, stal, vogelkooi], van cavus [hol], vgl. frans cavus en middelnederlands cage [kooi].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kazjelere verouderd, (ww.) liefkozen; < Frans cajoler.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut