Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cafetaria - (snelbuffet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cafetaria zn. ‘snelbuffet’
Nnl. cafeteria ‘snelbuffet’ [1937; WNT Aanv.], cafetaria ‘id.’ [1937; WNT Aanv.].
Volgens Van Haeringen rond 1925 overgenomen uit Amerikaans-Engels cafeteria ‘zelfbedieningszaak’ [1839] < Cubaans-Spaans cafetería ‘koffiehuis’, bij Spaans cafetero ‘koffiemaker of -verkoper’, een afleiding bij café ‘koffie’, zie → koffie.
De verandering van de uitgang -eria (met 1954 als laatste vindplaats in WNT Aanv.) in Nederlands -aria verklaart Van Haeringen als invloed van andere woorden op -aria zoals malaria of prullaria, meervoudsvormen als aquaria, herbaria en wellicht ook van woorden als varia en aria. Verder wijst hij er nog op dat taria in die tijd een zelfstandig woord(deel) was geworden, met als betekenis ‘openbaar consumptielokaal, proeflokaal voor eet- en drinkwaren’: buffet(t)aria, ijstaria, Edison's taria, Henktaria; deze woorden zijn inmiddels allemaal verdwenen.
Lit.: C. van Haeringen (1945) ‘Cafeteria, -taria’, in: NTg 38, 148-149

EWN: cafetaria zn. 'snelbuffet' (1937)
ANTEDATERING: eerst een kop koffie drinken in de "Cafeteria" ('koffiehuis' in Noord-Afrika) [1893; AHB 5/11]
Later: de z.g. "cafeteria" ('eenvoudig, goedkoop restaurant in de VS') [1909; NvdD voor Ned.Indië 22/12] (EWN: 1937); Géén Lunchroom, géén Restaurant ... maar een CAFETARIA (in Leiden) [1933; Leidsch dagblad (Ld) 22/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cafetaria [snelbuffet] {1926-1950} < engels cafeteria [idem], ontleend op Cuba < spaans cafetero [koffiehuishouder], van café [koffie] (vgl. koffie).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cafetaria znw. v. < spa. cafetaría ‘koffiehuis’, in het nl. moderne aanduiding van een goedkope eet- en drinkgelegenheid.

De term stamt uit het Spaans van Cuba, waar cafetería betekent ‘winkel waar men koffie in het klein verkoopt’; na 1900 zal het over Amerika naar Europa zijn gekomen (v. Haeringen NT 38, 1945, 148-9).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cafetaria (Engels cafeteria)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cafetaria ‘snelbuffet’ -> Indonesisch cafétaria, kafétaria ‘snelbuffet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cafetaria snelbuffet 1937 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut