Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cadeau - (geschenk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cadeau zn. ‘geschenk’
Nnl. cadeau ‘geschenk’ [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans cadeau ‘geschenk’ [1669; Rey], oorspr. ‘versierde hoofdletter, versiering’ [1416; Rey] < Provençaals capdel ‘hoofd, chef; hoofdletter’ < Laatlatijn capitellus ‘hoofdje’, verkleinwoord van Latijn caput ‘hoofd’, zie → hoofd, zie ook → cadet.
De betekenisontwikkeling in het Frans is gelopen van ‘fraai versierde hoofdletter, versiering’, naar ‘fraaie tekst die wordt aangeboden’ [17e eeuw; Rey] en ‘banket met muziek dat wordt aangeboden aan een dame’ [17e eeuw; Rey], en vandaar naar ‘geschenk’ in het algemeen.

EWN: cadeau zn. 'geschenk' (1824)
ANTEDATERING: een cadeau voor zijne vrouw [1794; Box, 120]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cadeau [geschenk] {1824} < frans cadeau [oorspr. versierde hoofdletter in manuscripten, vervolgens versiering, dan divertissement, ten slotte geschenk (1787)], via provençaals capdel [chef, hoofdletter] (vgl. cadet).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cadeau znw. o. eerst nnl. < fra. cadeau ‘geschenk’ (ouder ‘met krullen versierde beginletter’) < prov. capdal, ca(b)dau ‘hoofdzakelijk’ (voor letra cadau ‘hoofdletter’) < lat. capitalis (Gamillscheg 166).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kedo (zn.) geschenk; Nuinederlands cadeau <1824> < Frans cadeau.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kado b.nw., s.nw. (ongewoon)
As geskenk, of geskenk.
Uit Ndl. cadeau (1824 as s.nw.).
Ndl. cadeau uit Fr. cadeau. Fr. cadeau het oorspr. 'versierde hoofletter in manuskripte' beteken, later 'versiering', 'vermaak' en uiteindelik 'geskenk'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cadeau (Frans cadeau)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cadeau ‘geschenk’ -> Indonesisch kado ‘geschenk’; Ambons-Maleis kado ‘geschenk’; Balinees kado ‘geschenk’; Boeginees kâdo ‘geschenk’; Jakartaans-Maleis kadó ‘geschenk’; Madoerees kadhō ‘geschenk’; Menadonees kado ‘geschenk’; Minangkabaus kado ‘geschenk’; Muna kado ‘geschenk’; Sranantongo kado ‘geschenk’; Aucaans kadoo ‘geschenk’; Sarnami kádo ‘geschenk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cadeau geschenk 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut