Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cactus - (verzamelnaam voor planten van de familie Cactaceae)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cactus zn. ‘verzamelnaam voor planten van de familie Cactaceae
Nnl. cactus ‘toortsplant, zekere woestijnplant’ [1775; WNT toortsplant].
Ontleend aan Latijn cactus < Grieks káktos ‘kardoen, eetbare artisjokachtige distel’. Deze vorm is misschien verwant met Grieks akakíā, zie → acacia, en stamt uit een voor-Grieks substraat.
De Zweedse bioloog Linnaeus heeft de naam cactus verbonden aan de familie der cacteeën of cactusachtigen, een heel ander soort stekelige planten dan kardoen en distel.

EWN: cactus zn. 'verzamelnaam voor planten van de familie Cactaceae' (1775)
ANTEDATERING: cactus, "toortsdistel" [1770; Buys]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cactus [plantenfamilie] {1775} < latijn cactus < grieks kaktos, dat wel een stekelige plant, maar geen cactus was, evenals het verwante akakia > acacia van voor-gr. herkomst.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cactus znw. m., sedert de 18de eeuw naam voor stekelplanten, vooral voor die in de moderne tijd uit Amerika ingevoerd worden; over lat. cactus < gr. káktos ‘stekelplant’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kaktus s.nw.
Enigeen van verskeie soorte plante met dik, vlesige stamme en meestal stekelrige stingels.
Uit Ndl. cactus (1775).
Ndl. cactus uit Latyn cactus uit Grieks kaktos 'stekelrige plant'. Grieks kaktos verwys na die Sp. artisjok, maar die naam cactus is deur Linnaeus gebruik as die generiese naam vir 'n heel ander groep plante.
Eng. cactus (1767).

Thematische woordenboeken

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Cactus L. [C. Linnaeus], - Lat. transcr. van den ouden Gr. plantennaam kaktos, waarmede een gestekelde plant (geen cactus) werd aangeduid. Pas na de ontdekking van Amerika (1492) kwamen de eerste cactussen in Europa.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cactus ‘plantenfamilie’ -> Indonesisch kaktus ‘plantenfamilie’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cactus plantenfamilie 1775 [WNT toortsplant] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut