Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cachelot - (potvis)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cachelot [potvis] {1746} < frans cachalot < portugees cachalote [idem], van cachola [kop], waarvan de etymologie onzeker is; het meest in het oog springende verschil tussen de potvis en de baardwalvis is de naar verhouding enorme kop van de eerste.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cachelot znw. m. ‘potvis’ < fra. cachalot (sedert de 17de eeuw) < spa. port. cachalote, dat men wel afleidt van spa. cachola ‘naam van een zoetwatervis’, die eig. ‘de vis met de grote kop’ betekent (Gamillscheg 165).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut