Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

buutredner - (grappenmaker op een podium tijdens het carnaval)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

butenreedner, zn.: houder van een carnavalsspeech. D. Büttenredner. Zie bot.

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

buutredner, grappenmaker op een podium tijdens het carnaval.

We zitten een of twee avonden in een boerenkiel met een rode zakdoek om de nek (mijn verkleedkunst heeft haar grenzen) in een café, waar een ‘buutredner’ optreedt en waar veel gepraat en gelachen wordt. (Opzij, september 1994)
De stand-up comedian vind ik een typisch publicitair verschijnsel. Over tien jaar heet het weer buutreed’ner. (Vrij Nederland, 18/03/95)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut