Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

butje - (imbeciel, slome jongen)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

butje: gek, onbenul, halve gare; slome jongen. Aanvankelijk Gronings maar thans veel ruimer verbreid (dankzij de studenten die over het land uitzwermen). In universiteitsstad Groningen bestaat nl. een Butjesstraat, genoemd naar een muntstuk van een halve stuiver (botdrager genoemd omdat er een leeuw met een toernooihelm opstaat). Begin twintigste eeuw werd in die straat een school gesticht voor diep gestoorde kinderen. Zagen de stedelingen de kinderen uit school komen, riepen ze: ‘Daar heb je de butjes weer’. In 1984 voor het eerst in een woordenboek vermeld.

Schotse ruiten zijn ‘stijl’, een geruite broek daarentegen wordt alleen door ‘butjes’ (lulletjes) gedragen. (Haagse Post, 21/11/1987)
Ook is in het westen het scheldwoord ‘butje’ in opmars. Dat is opmerkelijk omdat het een typisch Gronings woord is: in de Butjesstraat in Groningen was vroeger een soort BLO-school gevestigd. (Elsevier, 23/07/1994)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

butje* imbeciel, slome jongen 1989 [Hofkamp&Westerman]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut