Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bustier - (kledingstuk dat armen en schouders onbedekt laat)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bustier [kledingstuk dat armen en schouders onbedekt laat] {na 1950} < frans bustier, van buste [buste, bovenlijf].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

bustier s.nw.
Soort kledingstuk vir dames wat die arms en skouers onbedek laat.
Uit Eng. bustier (1979).
Eng. bustier uit Fr. bustier, met lg. gevorm van buste 'bolyf'. Die kledingstuk word so genoem omdat dit nousluitend om die bolyf pas.
Ndl. bustier (ná 1950).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut