Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bushel - (maat voor droge waren)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bushel [maat voor droge waren] {1847} < engels bushel < middeleeuws latijn bussellus [korenmaat], verkleiningsvorm van buxida < buxus (vgl. bus1).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

boesel: bep. inhoudsmaat (1/4 v. mudsak); Eng. bushel, soos Hd. buchs/büchse verb. m. Ofr. boiss(i)el uit Ll. buscellus/bustellus uit Lat. buxis, Gr. puxis, “doos, bus (uit bukshout)”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bushel (Engels bushel)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut