Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

burger [inwoner van stad, lid van een staat] {borger, burger 1201-1250} formeel van middelnederlands burch [vlek, stad, burcht], dus stedeling; het woord kwam in het N.O. van Nederland op onder duitse invloed < hoogduits Bürger, oudhoogduits burgeri; het normale woord was in de Middeleeuwen poorter (vgl. burcht).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

burger znw., noordoost-mnl. borgher, burgher m. Afl. van borch, burch (nnl. burcht) in de bet. “stad”. = ohd. burgâri (nhd. bürger), mnd. borgere, ofri. borger, burger m.”stadbewoner, burger”. Heeft zich van ’t Hd. uit verbreid. Mnl. is poorter ’t gewone woord.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut