Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bunkhuis - (eenvoudige, houten woning)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bunk’huis (het, -huizen), eenvoudige, houten woning, zoals aanvankelijk door de bauxietmaatschappijen in de bauxietdorpen* voor de werknemers gebouwd. Het beleid is erop gericht de oudste woningen (de zgn. bunkhuizen) alle te vervangen, hetgeen met name te Moengo recentelijk resulteerde in de bouw van 100 drie-slaapkamerwoningen (Enc.Sur. 290). - Etym.: Am. bunk-house = slaaphut (E bunk = brits, slaapbank).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut