Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bunkeren - (kolen etc. aan boord nemen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bunker zn. ‘verdedigingswerk, schuilplaats; zandkuil op golfterrein’
Nnl. bunker ‘bergplaats, kolenruim’ [1911; Gallas], bunkers (mv.) ‘betonnen, deels onderaardse, schuilplaatsen en verdedigingswerken’ [1941; WNT Aanv.], bunker ‘zandkuil op golfterrein’ [1950; Dale].
Ontleend aan Engels bunker ‘betonnen verdedigingswerk, schuilplaats’ [1939; OED], eerder al ‘kolenbergplaats’ [1921; OED], ‘kolenruim van schip’ [1839; OED] en ‘zandkuil, zitplaats in veld’ [1824; OED], waarvan de herkomst niet duidelijk is.
Mogelijk hangt het woord samen met Engels bunk ‘houten opbergplaats; zit- en ligplaats’; mnd. bonik, bonk ‘lading, laadruim’; nno. bunki ‘scheepslading’, oorspr. ‘planken beschotting voor scheepslading’, van onbekende herkomst.
Het woord is ook in het Duits ontleend: Bunker ‘grote bergplaats’ [19e eeuw; FWdS]. De nieuwe Engelse betekenis ‘betonnen verdedigingswerk, schuilplaats’ is al voor de Tweede Wereldoorlog ook in het Duits overgenomen [FWdS] en in de Tweede Wereldoorlog ook in het Nederlands terechtgekomen.
bunkeren ‘kolen etc. aan boord nemen; veel eten’. Nnl. bunkeren ‘brandstof laden’ [1944; WNT Aanv.], ‘inslaan’ [1946; WNT Aanv.], ‘snel en veel eten’ [1976; Dale]. Afleiding van bunker ‘laadruimte’.

EWN: bunker zn. 'verdedigingswerk, schuilplaats; zandkuil op golfterrein' (1911)
ANTEDATERING: de voorraad in zoogenaamde Bunkers (van petroleum als brandstof) [1878; Heldersche courant (AA) 26/8] (1911)
Later: nieuwe "bunkers" (op een golfveld) [1922; Amersfoortsch dagblad/De Eemlander (EC) 22/4] (EWN: 1950); bunker 'betonnen verdedigingswerk' [1929; De Sumatra post (KB) 8/11] (EWN: 1941)
EWN: ♦ bunkeren 'kolen etc. aan boord nemen; veel eten' (1944)
ANTEDATERING: na gebunkerd te hebben 'na brandstof geladen te hebben' [1901; Rotterdamsch nieuwsblad (KB) 12/10]
Later: bunkeren 'veel eten' in: die de beide landsverdedigers zag bunkeren [1967; Frisia (Lw) 26/10] (EWN: 1976)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2bunker ww.
In die bunker (1bunker 1) laai.
Uit Eng. bunker (1891).
Ndl. bunkeren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut