Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bunder - (hectare)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bunder zn. ‘hectare’
Onl. i bunre en v bunre [12e eeuw; GN]; mnl. een half bundre ‘een halve bunder’ [1287; CG I, 1236], vier bonder lans ‘vier bunder land’ [1290; CG I, 1421], xci boenre lands ‘91 bunder land’ [1293; CG I, 1883], boender [ca. 1380; Claes 1994a].
Het woord is zeer vroeg ontleend aan middeleeuws Latijn bonnarium, bunnarium ‘landmaat’ [7e eeuw]. De oorspr. ontleende vorm moet een niet-overgeleverd *bunnari zijn geweest dat zich tot bunre ontwikkelde. Vermoedelijk gaat het Latijnse woord terug op Gallisch *botina ‘grensteken’, (FEW), dat in het Oudfrans (misschien via middeleeuws Latijn bunna, bonna) als bonne verschijnt. De oorspr. betekenis van bonnarium is dan ‘plaats met afgesproken bonnae of grenstekens’.
De vormen bonder, boender, bunder zijn het resultaat van het invoegen van een overgangsklank -d- tussen de -n- en de -r-; hetzelfde verschijnsel komt voor in Nederlands → donder.
Een bunder was een oppervlaktemaat van 400 à 900 (vierkante) roeden, of een stuk land van die omvang. Het bunder was tot in de 19e eeuw beneden de Moerdijk in gebruik; tegenwoordig wordt het nog gebruikt als equivalent voor ‘hectare’.

EWN: bunder zn. 'hectare' (12e eeuw)
ANTEDATERING: in de plaatsnaam Bunra 'Ten Bunder' [1184; ONW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bunder [vlaktemaat] {bo(e)nder 1210-1240} < middeleeuws latijn bonnarium, bunuarium, dat van kelt. herkomst is, vgl. iers bonn [grond].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bunder znw. o. m., mnl. boenre, buunre, bonder, bunder, buunder o.? < mlat. bonnarium (vgl. ofra., vooral Waals bonnier), zal wel teruggaan op een gallisch *bunna, nevenvorm van *bunda, waarvoor vgl. iers bonn ‘grond’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bunder znw., mnl. boenre, buunre, bonder, bunder, buunder (o.?) Gaat terug op mlat. bonnârium, misschien via fr. bonnier; oorsprong onbekend. Opvallend zijn de verschillende vormen in ’t Ndl, Nnl. dial. beunder (Breda), buinder (Zaansch) < mnl. boenre resp. buunre.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bunder o., Mnl. bunder, bunre, gelijk Fr. bonnier, uit Mlat. bonnarium, een afleiding van Lat. bonna, bodina = grens, waaruit Fr. bodne, bonne, borne en Eng. bound. Oorspr. van Lat. bonna is onbek.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bunder (Latijn bonnarium)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bunder ‘vlaktemaat’ -> Duits Bunder ‘vlaktemaat’; Javaans bènder ‘vlaktemaat’; Papiaments bènder ‘vlaktemaat’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bunder vlaktemaat 1101-1200 [Tavernier] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut