Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bumper - (autobuffer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bumper zn. ‘autobuffer’
Nnl. bumber (lees: bumper) ‘schokbreker’ [1929; Koenen], bumpers (mv.) ‘autobuffers’ [1938; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels bumper ‘schokbreker van auto’ [1926], eerder al ‘schokbreker in het algemeen’, eerder al Amerikaans-Engels bumper ‘buffer van een treinwagon’ [1839; OED], een afleiding van het werkwoord bump ‘stoten’, dat wrsch. een klanknabootsing is.

EWN: bumper zn. 'autobuffer' (1929)
ANTEDATERING: Auto-bumper [1915; NvdD voor Ned.Indië 4/6]
Later: "Autostoeltjes" / schokbrekers, "Bumpers" (koevangers) [1918; NvdD voor Ned.Indië 20/4] (EWN: 1929); alle toebehooren, tusschenruit, bumper, klok, etc. [1921; Vaderland 25/8]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bumper [stootrand] {1926-1950} < engels bumper, van to bump [botsen, stoten], een klanknabootsende vorming.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bumper znw. m. < ne. bumper, dat afgeleid is van het ww. bump ‘stoten’, ten dele een kruising van de ww. bounce en thump, ten dele echter ook een klanknabootsend woord.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bumper (Engels bumper)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bumper ‘stootrand van auto’ -> Indonesisch bumper ‘stootrand van auto’; Jakartaans-Maleis bèmper ‘stootrand van auto’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bumper stootrand 1938 [Aanv WNT] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

bumper (← Eng.), in televisiejargon: reclameclip tussen verschillende programmaonderdelen.

Dat zie je ook aan de manier waarop MTV zichzélf adverteert. In het begin was dat in termen van ‘We’re the best, blablabla...’ Binnenkort hebben ze een nieuwe bumper (reclameclip) waarin je een open graf ziet met de doodskist ernaast. (Humo, 14/02/91)
Volgens Rensen zal het nieuwe model de kijkers meer aanspreken en straalt het meer warmte uit. De ‘leader’ (’t inleidende filmpje met de wereldbol) en de ‘bumpertjes’ (de filmpjes tussen de onderwerpen door) worden eveneens veranderd. (Nieuwe Revu, 18/04/91)
Ik zag een ontroerende speelfilm, heel fraaie leaders en bumpers. (Nieuwe Revu, 06/10/93)
Daar past dus een vrij snel ritme bij, maar ’s avonds laat is dat anders en dat zie je ook aan de bumpers (muziekriedeltjes tussen de verschillende items, red.) die er in zitten. (Trouw, 29/10/93)
Met het oog op de concurrentie gingen ook de publieke omroepen ertoe over om zich hiervan te bedienen. Zo is de ‘bumper’ — ‘en verderop in dit nieuws de volgende onderwerpen’, vergezeld van een roffel en wat beelden — niet meer weg te denken. (Elsevier, 28/01/95)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut