Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bultzak - (matras)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

bultzak, zn.: strozak, met stro gevulde matras. Vnnl. bulte, bulckt ‘strozak’ (Kiliaan). Mnd. bult ‘strozak’. Bult gaat, zoals Mnl. bulster, bolster ‘strozak’ en D. Polster ‘kussen, matras’, terug op Idg. wortel *bhel- ‘zwellen’, die ook in bult ‘bobbel’ steekt. Bultzak is dus pleonastisch.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bulsak s.nw.
1. (verouderd) Strooimatras van 'n matroos. 2. Sagte verebed.
In bet. 1 uit Ndl. bultzak (1651 - 1662), 'n samestelling van bult 'gevulde beddesak, strooisak of kussing' en zak 'sak'. Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel. Reeds by Van Riebeeck (1651 - 1662) in die vorm bultsacken, waarna in Afr. by Changuion (1844) in die vorm bultzak en by Mansvelt (1884) in die vorm bulsak.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bulsak: (vroeër) “strooimatras”; (later) “verematras”; Ndl. (seemt.) bultzak (17e-eeuse Ndl. bul(t)sak, vRieb bultsacken).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bultzak ‘matras’ -> Indonesisch bolsak, bulsak ‘matras’; Ambons-Maleis bolsak ‘matras’; Jakartaans-Maleis bolsak, bosak ‘matras’; Javaans blusak, bulsak ‘matras’; Kupang-Maleis bolsak ‘matras’; Letinees bòlsaaka, polsaaka ‘matras’; Madoerees dialect bursa' ‘matras’; Menadonees bolsak ‘matras’; Soendanees bolsak ‘matras’; Ternataans-Maleis bolsak ‘matras’; Petjoh bultzak, bulsak ‘matras’; Creools-Portugees (Batavia) bolsakh, bolsak ‘matras’; Creools-Portugees (Malakka) bolsak ‘matras’.

Hosted by Meertens Instituut