Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bulk - (onverpakt goed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bulk zn. ‘onverpakt goed’
Nnl. bulk “(handelsterm) inhoud van het ruim van een schip” [1912; Bos], in de samenstelling bulkgoederen [1921; WNT volumineus], in vaten, in bulk ‘in vaten, onverpakt’ [1922; WNT pijp].
Ontleend aan Engels bulk ‘(scheeps)lading, stapel, massa’ [1454] (vaak in de vaste verbinding in bulk ‘zonder verpakking, in grote partijen’) < Oudnoords búlki ‘scheepslading’.
Bij on. búlki ook nde. bulk ‘scheepslading, hoop, kluit’; nzw. bulk ‘knoop’.
Wellicht met k-achtervoegsel afgeleid van pie. *bhel- ‘zwellen’, zie → bal 1 en → bol 2.
Net als in het Engels komt Nederlands bulk meestal voor in in bulk ‘als stortgoed’, bijv. graan in bulk. De omschrijving van bulk die Bos 1912 geeft, is onjuist.
bulkboek zn. ‘goedkoop, in krantenvorm uitgegeven boek’. Een in 1971 door de Utrechtse uitgever Theo Knippenberg bedacht woord als naam voor de door hem uitgegeven literaire werken in krantenvorm. Samengesteld uit bulk en → boek. Van de (in een massale oplage gedrukte, goedkope) bulkboeken werd op middelbare scholen, overeenkomstig het doel van de uitgever, veel gebruik gemaakt.

EWN: bulk zn. 'onverpakt goed' (1912)
ANTEDATERING: in Bulk [1880; NvdD 25/6]
Later: Bulkgoederen [1912; Amigoe di Curaçao (KB) 27/4] (EWN: 1921)
EWN: ♦ bulkboek zn. 'goedkoop, in krantenvorm uitgegeven boek' (z.j.)
ANTEDATERING: Bulkboeken zijn boeken die gedrukt zijn in de vorm van een krant [1971; Nieuwsblad voor Gorinchem en omstreken (GC) 3/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bulk [onverpakte lading] {1901-1925} < engels bulk [(scheeps)lading, massa], uit of verwant met oudnoors búlki [scheepslading].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bulk znw. m. ‘inhoud van het ruim van een schip; vgl. in bulk van lading die niet verpakt is, maar in het ruim gestort wordt’, laat-nnl. < ne. bulk ‘ruim van een schip’, hetzij ontleend aan of anders verwant met on. bulki m. ‘scheepslading’, een afl. van bolr ‘stam,’ romp’, waarvoor zie: bol.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bulk (Engels bulk)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bulk onverpakte lading 1912 [Fokko Bos] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut