Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

buisen - (hard slaan, gieren van de wind)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

buisen* [hard slaan, gieren van de wind] {buusschen [slaan, kloppen] 1539} nl. dial. boezen, middelhoogduits buschen, hoogduits bauschen, vermoedelijk een geassimileerde vorm naast butsen of mogelijk klanknabootsend (vgl. boten, buizen3).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

buusje afranselen (Heerlen). ~ hgd. bauschig ‘opgezet’, ~ mhgd. būsch ‘slag die een buil veroorzaakt’, ~ lat. fustis ‘knuppel’.
Jongeneel 10, Kluge 1975, 58.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal