Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

builen - (ziften]

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

buil 2 zn. ‘papieren zak’
Vnnl. in een bultgen inden pot gedaen ‘in een builtje in de pot gedaan’ [ca. 1506; Braekman].
Gesyncopeerde vorm van → buidel, dat daarnaast (met betekenisdifferentiatie) bleef bestaan.
builen ww. ‘bloem zeven’. Mnl. budelen, buydelen, bulen ‘door een zak van een of andere stof zeven’, bijv. in Wit tarwenbroet gebudelt ‘wit, gebuild tarwebrood’ [1351; MNW budelen], clene pulverizeren ende budelen doer een sindael ‘fijn verpulveren en zeven door een doek van fijne stof’ [ca. 1460; MNW budelen], van den alreschoensten ghebuelden mele ‘van het allerfijnste gebuilde meel’ [1488; MNW budelen]. Afleiding van buil. Ook mnd. budelen; mhd. biuteln (nhd. beuteln).
Lit.: W. Braekman (1975) ‘Medische en technische Middelnederlandse recepten’, in: Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde III-40, Gent

EWN: ♦ builen ww. 'bloem zeven' (1351)
ANTEDATERING: gebudeld eten 'gebuild, fijn brood eten' [1300-25; MNW-R]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

builen* [ziften] {budelen, bulen [door een zak van een of andere stof zeven] 1301-1400} van buidel.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Builen, van meel. het door middel van den buil of buidel ziften, zoodat de fijnere bloem, de grovere deelen (gries, gruis) en de zemelen van elkaar gescheiden worden. Antw. Liedb. 290: “Helpt doch mijn wijf... Te backen, te budelen.” Buidel, meest buil = groote cylindervormige, in een houten kast besloten zeef door den bakker of den molenaar rondgedraaid, ook builmolen. Van dit ww. komt gebuild brood, brood van gebuild meel, Valentijn, Juvenalis 58: “Voor u Heer bewaerd men sacht, wit, en gebuild brood.” Ongebuild brood, brood van ongebuild meel, Schimmel 2. 107 a: “Het krachtig ontbijt, dat uit een schapenbout, ham en ongebuild tarwebrood . . . bestond.” N.B. Het bloem is wel het fijnste, doch niet het voedzaamste deel van den korrel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

builen, buidelen ‘meel zeven’ -> Frans bluter ‘meel zeven’; Esperanto bluti ‘meel zeven door een fijne zeef’ .

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut