Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

buggy - (licht rijtuig; opvouwbaar kinderwandelwagentje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

buggy zn. ‘licht rijtuig; opvouwbaar kinderwandelwagentje’
Nnl. buggy ‘licht rijtuigje voor één paard’ [1914; Dale], ‘opvouwbaar wandelwagentje’ [1984; Dale].
Ontleend aan Amerikaans-Engels buggy ‘kinderwandelwagentje’ [1894; OED], een gespecialiseerde betekenis van Engels buggy ‘licht rijtuig, wagentje’, een woord van onbekende herkomst.
Uit de basisbetekenis ‘rijtuig(je)’ hebben zich verschillende andere betekenissen ontwikkeld zoals in het Amerikaans-Engels die van ‘kinderwagentje’, eerst in de samenstelling baby buggy [1890; OED baby]. Het Brits-Engels gebruikt pushchair.

EWN: buggy zn. 'licht rijtuig; opvouwbaar kinderwandelwagentje' (1914)
ANTEDATERING: in de "buggy" of draagstoel [1822; Haafner, 165]
Later: in Buggies of te paard 'in rijtuigjes of te paard' [1825; Verh.BG, 243] (EWN: 1914); Te koop gevraagd baby buggy [1975; PZC 3/6] (EWN: 1984)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

buggy [auto] {1901-1925 in de betekenis ‘tweewielig rijtuig’; de betekenis ‘auto’ 1974} < engels buggy, van bug [kever], vgl. nederlands kever [Volkswagen]; het eng. woord heeft later de betekenis ‘lichte kinderwagen’ gekregen, ook baby buggy {na 1950} deze betekenis hebben wij eveneens overgenomen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bokkie II: ook bek. as bokkiekarretjie, “ligte karretjie”; Eng. buggy (die eerste gedok. in 1773, misk. verb. m. bogie, maar herk. onseker).

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

buggy [tweewielig rijtuig]. Schijnt nog altijd niet ontdekt te zijn, wat zijn oorsprong betreft. Murray zegt dat men die gezocht heeft in bogie en bug, en dat er geen reden is om te veronderstellen dat het woord uit het Indisch-Engels komt. [P]

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

buggy opvouwbare kinderwagen 1984 [GVD] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut