Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

buffer - (opvang)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

buffer zn. ‘stootkussen; opvang, beveiliging’
Nnl. buffer ‘stootkussen’ [1875; WNT]; figuurlijk in samenstellingen als buffervoorraad ‘voorraad van producten om zich te beschermen tegen prijsdaling of stagnatie in de aanvoer’ [1945; WNT Aanv.] en bufferzone ‘gebied dat als veiligheidszone fungeert’ [1960; WNT Aanv.], buffer ‘buffergeheugen (van computer)’ [1964; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels buffer ‘stootkussen’ [1835; OED], wrsch. afgeleid van een verouderd of dialectisch werkwoord buff ‘dof klinken’, een afleiding van het zn. buff ‘slag’ < Middelengels buffe ‘id.’ [ca. 1420; OED] < Frans buffe ‘slag’, ouder bufe ‘id.’ [1230; TLF], wrsch. een klanknabootsend woord; zie ook → bof.
Nhd. Puffer ‘buffer’ [1857; Grimm], afleiding van het zn. Puff ‘stoot, slag’ of van het werkwoord puffen ‘stoten, slaan’, vnhd. buffen [16e eeuw], en Fries buffer zijn wrsch. (afleidingen van) onafhankelijke klanknabootsingen. Verwantschap met Engels buff is onzeker.

EWN: buffer zn. 'stootkussen; opvang, beveiliging' (1875*)
ANTEDATERING: Buffers of schokbrekers [1844; Van Hall, 215]
Later: buffervoorraad [1934; De Sumatra post (KB) 13/6] (EWN: 1945)
{* De eerste attestatie in het EWN moet als volgt gewijzigd worden: bufferschijven [1875; WNT], buffers 'stootkussens' [1900; WNT].}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

buffer [stootkussen] {bufferschijf 1875} < engels buffer, van to buff [stoten, slaan] < oudfrans buffe [klap], een klanknabootsend woord.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

buffer znw. m., 19de eeuwse ontlening < ne. buffer, dat gevormd is van het ww. buff ‘stoten’, waarvoor zie: bof.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

buffer znw., 19.-eeuwsche ontl. uit eng. buffer; dit komt van to buff “stooten” (zie bof).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

buffer m., uit Eng. id., van to buff = stooten, bij bof.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

buffer (Engels buffer)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Buffer (Eng.; = stootkussen; to buff = stoten; buff = slag). In scheikunde: stof die dient om de concentratie van waterstofionen in een vloeistof op een bepaalde waarde te houden.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

buffer stootkussen 1875 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut