Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

buddy - (helper van aids-patiënt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

buddy zn. ‘helper van aids-patiënt’
Nnl. buddy ‘makker’ [1984; Coster 1999], ‘helper van een aids-patiënt’ [1987; Coster 1999].
Ontleend aan Amerikaans-Engels buddy ‘maatje’ [1850; OED], wrsch. een vervorming (misschien uit de kindertaal) van het zn. brother ‘broer’, zie → broeder. Volgens een andere verklaring stamt het woord uit Engels butty ‘makker, kompaan’, uit de uitdrukking play booty ‘samenspelen (bij het kaarten)’.
De moderne betekenis ‘helper van een aids-patiënt’ is een verdere ontwikkeling van het buddy system, waarmee oorspr. een partnerschap van twee personen voor wederzijdse hulp bij een gevecht of in een zomerkamp wordt aangeduid.

EWN: buddy zn. 'helper van aids-patiënt' (1984)
ANTEDATERING: op je buddy vertrouwen (bij sportduiken) [1972; Leidsche courant (Ld) 2/8]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

buddy s.nw. (geselstaal)
Vriend, metgesel.
Uit Amer.Eng. buddy (1927).
Amer.Eng. buddy is wsk. 'n vervorming van brother 'broer'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

buddy (Engels buddy)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

buddy vrijwilliger die aidspatiënt helpt 1987 [De Coster 1999] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

buddy (← Eng.), informeel voor ‘vriend, makker’.

Met ‘zulle we’ had ik ze een speelgoedje geschonken dat ze konden doorgeven aan hun kennisjes, girlfriends en buddies. (Johnny van Doorn: Gevecht tegen het zuur, 1984)
... vestigen Bart Peters en buddies een uniek record. (Humo, 27/09/84)
Martin Kesseler die, samen met zijn buddy Ted de Braak, te gast was bij Herman Stok. (Oor, 01/11/86)
‘Kunnen we de collega’s van de Rijkspolitie verwachten?’ vroeg Heino, zijn buddy. (Jac. Toes: De Afrekening, 1994)
De Britse media, bijvoorbeeld, suggereerden dat Tony Blair de spil was in Amsterdam en Clintons onvervangbare buddy in Denver. (Nieuwe Revu, 28/06/97)

vrijwilliger, iemand die een aidspatiënt of een lijder aan een andere ongeneeslijke ziekte helpt, zowel emotioneel als praktisch met het opknappen van allerlei klusjes. Sinds ca. 1984.

Maartje Loerts is buddy; een maatje voor een Aids-patiënt. Zij helpt haar patiënt, tijdens zijn ziekte tot aan zijn dood, zoveel mogelijk met praktische en emotionele problemen. (Opzij, juli/augustus 1987)
Het Buddy-systeem dient om AIDS-patiënten te begeleiden in een samenleving die niet erg openstaat voor terminale ziektes, en zeker niet voor ziektes die geassocieerd worden met besmetting, seksualiteit en homofilie. (Campus, juni 1988)
Zoals in de meeste geslaagde AIDS-verhalen ontstaat het drama door het conflict tussen lichamelijk verval en geestelijke hoogspanning, hier afgereageerd op de kerngezonde buddy. (Elsevier, 27/08/88)
Vanaf nu is het café elke maandag open. Seropositieven en Aids-patiënten kunnen er terecht, en elke patiënt mag één persoon meebrengen: Ouders, vrienden, de buddy... (De Morgen, 07/03/90)
Surrenda Kuut (37) en Jos Harms (23) zijn ‘buddies’. Dat wil zeggen dat ze deel uitmaken van de groep vrijwilligers die zich inzet voor de opvang en begeleiding van homoseksuele mannen met aids. Ze werken met zijn tweeën, als team, en dat is wel nodig, want het is niet gemakkelijk wat ze op zich genomen hebben. Hun eerste cliënt stierf al na drie maanden, en de tweede na vier maanden. Inmiddels zijn ze een klein jaar bezig, en de man die ze nu als ‘maatjes’ begeleiden is hun vijfde aids-patiënt. (Elsevier, 31/03/90)
Toen de Schorerstichting in 1984 het buddyproject startte, waren daar alleen maar homoseksuele mannen bij betrokken. In 1990 is van de 105 Amsterdamse buddy’s twintig procent vrouw. Landelijk is dit zelfs meer dan dertig procent. Lesbische vrouwen, maar ook vrouwen die ‘uit de kinderen zijn’ en een activiteit buitenshuis zoeken. Ze komen terecht bij het buddy-werk, vaak na een persoonlijke confrontatie met homofilie en/of aids. (Opzij, juni 1991)
De buddyzorg blijkt een goede manier om aidspatiënten het leven draaglijker te maken. (HP/De Tijd, 22/11/96)
De opbrengsten van deze tien kilometer lange sponsorloop gaan naar buddyzorg voor aidspatiënten. (Nieuwe Revu, 07/05/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut