Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brulaap - (lawaaiige aap uit Zuid-Amerika)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

brulaap, brulbaviaan, brulkikker: iemand die een grote mond opzet; schreeuwlelijk. Naar het in de bossen van Zuid-Amerika veel voorkomende dier. In Antwerpen noemt men een luidruchtig persoon een brulbakkes.

Wij, opgeschroefde brulbavianen van het levenslied? (A.M. de Jong, Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)
Grote brulaap, laat me los of ik por je in je maag! (Willy van der Heide, Een speurtocht door Noord-Afrika, 1952)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut