Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bruggenbijter - (leegloper)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

bruggenbijter, bruggentrekker: (Bargoens) leegloper; nietsdoener; straatslijper. Reeds vermeld door Henke. Er bestaat ook een werkwoord: bruggenbijten (opgetekend in het Handelsblad van 13/12/1906) of bruggentrekken (o.a. opgetekend bij Brusse, Zandstraat, 1912). Vgl. baliekluiver* en leuningbijter*. Een der laatste bruggentrekkers was de Amsterdammer Christiaan Smit, in de volksmond beter bekend als Kikkie. Hij stierf in 1940 op tweeëntachtigjarige leeftijd. Met hem stierf een typisch Amsterdams gilde, dat der bruggentrekkers. Bijna veerig jaar stond hij op de Reesluis. Zijn taak bestond erin zware karren over de brug te trekken. Sommige Amsterdammers kennen wellicht nog het versje ‘In de Bloemstraat nummer vijf. Daar woont Kikkie met zijn wijf.’ De oude man stond meestal bij de brugleuning te wachten op de passerende schooljeugd.

Er is toch nog wel werk buiten het uwe, en wij zijn niet allen bruggebijters. (De Nieuwe Amsterdammer, 08/05/1915)
In de twee cafés bij de Prinsensluis, waar de oude bruggetrekker later ‘werkte’, was hij een der beste klanten. (Het Vaderland, 08/02/1940)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut