Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

broom - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

broom zn. ‘scheikundig element (Br)’
Nnl. bromium (gelatiniseerde vorm) ‘scheikundig element’ [1834; WNT verzuring], broom ‘id.’ [1870; WNT zoutvormer].
Ontleend aan Frans brome [1826; Rey], een geleerde vorming. De Fransman Antoine-Jérome Balard, die het element in 1826 ontdekte, gaf het de naam brome, naar Grieks brõmos ‘stank’, omdat het vreselijk stinkt. De verdere herkomst van het Griekse woord is onduidelijk.
Broom wordt voornamelijk gebruikt in kalmerende middelen en in fotomateriaal en behoort, net als bijv. fluor en chloor, tot de groep van de halogenen.
De gelatiniseerde vorm bromium blijft tegenwoordig beperkt tot het internationale scheikundige verkeer. Ook Fries broom en Duits Brom gaan terug op het Frans.

EWN: broom zn. 'scheikundig element (Br)' (1834)
ANTEDATERING: "bromium" [1827; Nederlandsche staatscourant (KB) 11/8]
Later: BROOM ("brôme"), kunnen wij ... aannemen 'broom ... kunnen we (als naam) accepteren' [1828; Bergsma, 12] (EWN: 1870)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

broom [chemisch element] {1886, bromium 1847} < frans brome, gevormd door de ontdekker ervan, de Franse chemicus Antoine-Jérôme Balard (1802-1876) van grieks brōmos, brōma [walgelijke lucht].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

broom znw. o. < fra. brome. De scheikundige Balard, die in de 19de eeuw deze stof ontdekte, noemde het zo wegens de stank en wel naar gr. brõmos ‘stank’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† broom znw. o. In veel talen ontleend aan fr. brome, dat in 1826 door den ontdekker gemaakt is naar gr. bro͂mos ‘stank’.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Bromium (Br, 35). (Gr. βρῶμος (brômos) = stank). Dit element werd in 1825 ontdekt door Löwig (1803—1890) en in 1826 door Βa1ard (1802—1876). De naam werd voorgesteld door Vauquelin (1763—1829), Thénard (1777—1857) en Gay-Lussac (1778—1850), wegens den prikkelenden reuk van de dampen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

broom chemisch element 1886 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut