Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

broodpoot - (jongen die zich met homoprostitutie bezighoudt)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

broodpaal, broodpoot: (homoseksuele) jongen die zich met homoprostitutie bezighoudt.

Ik ken ’n flikker, ’n hele rijke (hij heeft vier sportwagens en een paardenstal) zakenman die op een keer een spastische broodpoot mee naar zijn appartement had gelokt. (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964)
… jij vuile gore broodpoot… (Marcus Heeresma, Waarde landgenoten, 1983)
Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

broodpoot, jongen die zich met homoprostitutie bezighoudt. De term ontstond eind jaren zeventig. Volgens de handwoordenboeken van Van Dale (1994) en Koenen (1996) is de broodpoot zelf homoseksueel; ook Joustra (1978) houdt het hierop. Het citaat weerspreekt dit echter.

De meeste jongens zijn hetero, ‘broodpoten’ in vakjargon. (Nieuwe Revu, 01/07/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal