Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bromwied - (kruid (Scoparia dulcis, Bezemkruidfamilie))

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

brom’wied (het), (veroud.) kruid met zeer kleine, witte of lila bloempjes, thans bekend als bezemkruid* (Scoparia dulcis, Bezemkruidfamilie*). In herbarium van P. Herman, 1646-1695 (zie Van Ooststroom, zie Brinkman). - Etym.: Vgl. in het E van Guyana: broomweed = id. (broom = bezem; weed = (on)kruid) (May 57).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut