Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brokaat - (soort stof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

brokaat zn. ‘soort stof’
Mnl. brockaet ‘met goud of zilver geborduurd plechtgewaad’ [ca. 1400; MNW]; vnnl. twee van broccado ‘twee van brokaat’ [1612; De Bruijn-van der Helm 1992].
Misschien via Middelfrans brocat ‘brocaat’ [voor 1519; Rey] (Nieuwfrans brocart met aanpassing aan het achtervoegsel -ard/-art), maar wrsch. rechtstreeks ontleend aan Italiaans broccato ‘met goud of zilver doorweven stof’ [14e eeuw], verl.deelw. van middeleeuws Latijn broccare ‘met de naald bewerken’, een afleiding van broc(c)a, brochia ‘naald, spies, spit’, zie → broche. De vnnl. vorm broccado kan beïnvloed zijn door Spaans brocado of waarschijnlijker Portugees brocado ‘brokaat’.
In de 17e-18e eeuw is het woord rechtstreeks uit het Italiaans ook terechtgekomen in Duits Brokat ‘kostbaar, doorweven (zijden) weefsel’ en Deens brokade, Noors brokade, Zweeds brokad [1640; Hellquist] en in ouder Zweeds ook brokado, brokade, brokart, brokat. Via het Spaans of Portugees is het ontleend als Engels brocade, eerder al brocado, (en brocardo met invloed van Frans brocart) ‘zwaar weefsel met doorweven ontwerp’ [16e eeuw; ODEE].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brokaat [zware zijden stof, veelal met gouddraad geborduurd] {brocado 1612, brocaat 1637} < italiaans broccato < middeleeuws latijn broccatus, van broca [pen, naald] (vgl. broche).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

brokaat znw. o. < fra. brocart of rechtstreeks < ital. broccato ‘met goud of zilverdraad doorweven’, afgeleid van broccare, vgl. fra. brocher, gevormd van broche ‘lange naald, spit’ (< gallisch *brokkos ‘punt’).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

brokaat s.nw.
Swaar systof met figure in goud- of silwerdraad ingeweef.
Uit Ndl. brocaat (al Mnl.).
Ndl. brocaat uit Fr. brocat (tans brocart) uit It. broccato 'stof van goud en silwer', lett. 'gebosseleerde stof', die verlede dw. van broccare 'met knoppe of knobbels versier', 'n afleiding van Middeleeuse Latyn broccatus, met lg. van broca 'pen, naald'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

brokaat (Italiaans broccato)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brokaat ‘zware zijden stof, veelal met gouddraad geborduurd’ -> Indonesisch berokat ‘zware zijden stof, veelal met gouddraad geborduurd’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brokaat zware zijden stof, veelal met gouddraad geborduurd 1612 [De Bruijn Tw. 10] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal