Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

broekje - (onervaren jong persoon)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

broekje: (iemand) een broekje aantrekken (trok aan, heeft aangetrokken), (iemand) een pak slaag geven.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

broekje: onervaren jong persoon. In de jeugdtaal tegenwoordig ook voor een sloom iemand. Onder militairen: iemand die slechts kort een rang of graad bekleedt. Eigenlijk: iemand die nog niet zo lang een broek draagt.

Mij om opheldering te laten vragen door het eerste het beste jonge broekje in de Partij, als ik een vinger in de asch steek, daar pas ik voor. (Het Volk, 17/09/1913)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut