Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

broeds - (toestand van verhoogde hormonale activiteit)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

broeis b.nw.
1. Laf, verspot. 2. (geselstaal; plat) Begerig om aan die geslagsdrif te voldoen, of om te trou en kinders te kry. 3. Wat wil gaan broei. 4. Oordrewe besorg.
In bet. 1 - 3 uit Ndl. broeis, 'n wisselvorm van broeds (1624 in bet. 1, 1641 in bet. 2, 1657 in bet. 3). Bet. 4 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in bet. 2 en 3 by Mansvelt (1880) in die vorm broeisch.
Vgl. D. brütig, Eng. broody (1513).

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

bróts broeds (Veluwe). Geen afl. van het ww. want dat is brèùjen ‘broeden’, maar afl. van vel. brót ‘broedhen’.
Van Schothorst 112-113.

Hosted by Meertens Instituut