Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brocante - (curiosa; semi-antieke spullen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

brocante zn. (BN) ‘curiosa; semi-antieke spullen’
Nnl. brocante ‘curiosa, oude voorwerpen die niet waardevol genoeg zijn om voor echt antiek te kunnen doorgaan’ [1981; De Clerck 1981 (maar zonder twijfel veel ouder; pers.waarn.)].
Ontleend aan Frans brocante ‘(verkoop van) rommel, rariteiten, tweedehands goederen’ [1782; Rey], een afleiding van het werkwoord brocanter ‘verkopen van curiosa, tweedehandsgoederen’ [1696; Rey]. De verdere herkomst is onzeker. Het meest wrsch. is verwantschap met Engels broker ‘lommerdhouder, pandjesbaas, verkoper van tweedehands waren’ < Middelengels broccour ‘verkoper van tweedehands goederen’ < Anglo-Normandisch (a)brocour, naast Anglo-Latijn (a)brocator; Provençaals abrocador ‘handelaar’, van onduidelijke, wellicht Arabische herkomst (ODEE). Het woord wordt ook wel afgeleid van Oudhoogduits brocco ‘brok, stuk’, zie → brok, wat zou duiden op de stuksgewijze verkoop van brocante-artikelen. Hierbij past wellicht Zwitsers Brockenhaus ‘huis waar oude kleren opgelapt en weer verkocht worden’ (FEW).
brocanteur zn. (BN) ‘handelaar in curiosa’. Nnl. brocanteur ‘id.’ [1941; Verschueren]. Ontleend aan Frans brocanteur ‘id.’ [1694; REY], afleiding van het werkwoord brocanter. ♦ brocanterie zn. (BN) ‘zaak, winkel waar curiosa verkocht worden’, ook ‘rariteiten’. Nnl., nog niet geattesteerd in de woordenboeken. Ontleend aan Frans brocanterie ‘id.’ [1841; Rey], een afleiding van het werkwoord brocanter. Frans brocanterie had eerst de betekenis ‘(verkoop van) tweedehands goederen en curiosa’ [1767; Rey], in welke betekenis het door brocante is verdrongen.

EWN: brocante zn. (BN) 'curiosa; semi-antieke spullen' (1981)
ANTEDATERING: Brocante (in advertentie) [1975; De voorpost (Aalst) 25/4]
EWN: ♦ brocanteur zn. (BN) 'handelaar in curiosa' (1941)
ANTEDATERING: eerst Brocanteur "rariteit-kramer" [1823; Arnhemsche courant (KB) 10/4]
Ook: brocanteur "een kunstkooper; een handelaar in schilderijen en andere kunstwerken" [1824; Weiland] (EWN: 1941)
EWN: ♦ brocanterie zn. (BN) 'zaak, winkel waar curiosa verkocht worden', ook 'rariteiten' (z.j.)
ANTEDATERING: De dagelijkse banale gebruiksvoorwerpen - in de rage van de ‘brocanterie’ nu ook door antiquairs ontdekt [1977; Baetens, 72]
Later: brocanterie- en antiekmarkt [1985; De Voorpost (Aalst) 9/8]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut