Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brillen - (misleiden, foppen)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brillen 1 o.w. (misleiden, foppen), letterlijk: iemand een bril opzetten om hem de zaken anders te doen zien.

brillen 2 o.w., met bril of neuspranger bedwingen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

brillen, ww.: bedriegen, foppen. De betekenis is ontstaan uit de 16de-eeuwse uitdr. iemand brillen verkoopen ‘bedriegen, misleiden, verschalken’ (Kiliaan), omdat brillen een valse voorstelling geven of omdat brillenverkopers voor bedriegers doorgingen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal