Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

briljant - (schitterend, zeer knap, virtuoos)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

briljant bn. ‘schitterend, zeer knap, virtuoos’
Nnl. brillant ‘glinsterend, flikkerend’ [1745; Meijer], een brillant onthaal ‘een schitterende, rijke ontvangst’ [1788; WNT vertoef], brillant ‘zeer knap’ [1807; WNT verguldsel], briljant ‘prachtig’ [1861; WNT].
Ontleend aan Frans brillant ‘schitterend, stralend’ [1564; Rey], teg.deelw. van briller ‘schitteren, glanzen’ [17e eeuw; Rey], eerder al ‘bewegen’ [1559; Rey], en ontleend aan Italiaans brillare ‘schitteren, stralen’, eveneens eerder al ‘bewegen’. Het Italiaanse werkwoord gaat misschien terug op middeleeuws Latijn *b(e)rillare ‘schitteren als beril’, zie → bril. Ook mogelijk is dat brillare een variant is van prillare ‘ronddraaien (onder andere als een bromtol)’, zie → pirouette; de optische schittering zou dan het gevolg zijn van de beweging (Rey).
De Franse gemouilleerde -ll- werd oorspr. als /lj/ uitgesproken en werd zo in het Nederlands overgenomen.
De betekenisontwikkeling in het Nederlands is verlopen van letterlijk ‘schitterend, glinsterend’ via ‘prachtig, rijk en overdadig’ (WNT 1899 zegt daarvan al: “voorheen veelvuldig gebruikt”) naar ‘zeer knap of fraai’, gezegd van wetenschappelijke of kunstzinnige prestaties.
briljant zn. ‘geslepen diamant’. Nnl. wel gesleepen Briljant ‘mooi geslepen briljant’ [1761-85; WNT]. Ontleend aan Frans brillant (zn.), het zelfstandig gebruikte teg.deelw. van briller. ♦ brillantine zn. ‘polijstmiddel voor metalen; haarsmeersel’. Nnl. brillantine ‘haarsmeersel’ en ‘polijstmiddel voor metalen’ [beide 1914; WNT Aanv.]. In de betekenis ‘polijstmiddel’ is brillantine wrsch. een zelfstandige Nederlandse afleiding van het Franse werkwoord brillanter ‘slijpen (van diamanten)’, ontstaan onder invloed van Frans brillantine ‘haarsmeermiddel’ [1867; Rey], een afleiding met achtervoegsel -ine bij het bn. brillant; in de betekenis ‘haarsmeersel’ is het aan het Frans ontleend.

EWN: briljant bn. 'schitterend, zeer knap, virtuoos' (1745)
ANTEDATERING: vnnl. een geslepen brillante Diamant [1699; Oprechte Haerlemsche courant (KB) 19/2]
Later: het briljante weezen van myn zon [1724; Van Swaanenburg 1725, 349] (EWN: 1745)
EWN: ♦ briljant zn. 'geslepen diamant' (1761-85)
ANTEDATERING: vnnl. Uw hayr dat glinst're van brillanten [1672; Westerbaen 1, 264] (1761-85)
EWN: ♦ brillantine zn. 'polijstmiddel voor metalen; haarsmeersel' (1914)
ANTEDATERING: indiene, madrasse, brillantine (allerlei weefsels) [1828; Javasche courant (KB) 11/11]
Later: brillantine 'schuur- of poetspoeder voor metaal en glas' [1863; AHB 4/8] (EWN: 1914); baardparfumeering met brillantine [1881; NvdD 24/4]; ROWLANDS' MACASSAR OIL Sterkt en bewaart het HAAR, is de beste Brillantine voor het HAAR [1891; AHB 15/12] (EWN: 1914)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

briljant [schitterend] {1785} < frans brillant, teg. deelw. van briller [schitteren, glanzen] < italiaans brillare [schitteren, stralen] < latijn beryllus (vgl. beril, bril).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

briljant (Frans brillant)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

briljant ‘schitterend’ -> Indonesisch brilian, brilyan ‘schitterend’; Papiaments † briljant ‘uitstekend’.

briljant ‘geslepen diamant’ -> Indonesisch berlian ‘geslepen diamant’; Atjehnees beureulian ‘sieraad’; Boeginees barælîyang ‘sieraad’; Jakartaans-Maleis berlian ‘sieraad’; Javaans barléyan ‘sieraad met briljantsteentjes’; Madoerees berliyan, bārlian, bārliyan ‘sieraad’; Makassaars baralîyang ‘sieraad’; Minangkabaus barlian ‘sieraad’; Singalees bereliyantu ‘geslepen diamant’ (uit Nederlands of Portugees); Surinaams-Javaans barleyan ‘sieraad’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

briljant schitterend 1745 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut