Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

briel - (meersch met struikgewas)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

briel, bruul, broel, Breugel m. (meersch met struikgewas), Mnl. id., is met Fr. breuil en Hgd. brühl, uit. Gall. brogil (Mlat. brogilus), dat met br uit mr bij mark 1. behoort.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

briel 'omheind bosje of park'
Onl. bruel, mnl. briel 'omheind bosje of park', later in een stedelijke omgeving ook 'plein, markt', gaat terug op een via het Romaans overgeleverd Keltisch leenwoord *brogilo 'ingesloten gebied, jachtterrein', een afleiding van broga 'grens, afsluiting'. De oudste attestatie in een capitularium van Karel de Grote is ca. 800 Lucos nostros quos vulgus Brogilos vocat1, hier in de betekenis 'afgesloten bos'. Een vroege ontlening is de plaatsnaam → Breugel. In Vlaanderen vinden we hoofdzakelijk briel, in Brabant bruul. In middeleeuws Vlaanderen ontwikkelt zich een betekenis 'beemd, afgesloten weidegrond', in het noorden en oosten van Nederland betekent breul, bruil, evenals ohd., mhd. brüel, zoiets als 'natte (met struikgewas begroeide) weide'.
Oudste attestatie in plaatsnamen: 1159 bruel (ligging onbekend, bij Vollenhove)2.
Lit. 1NGN 2 (1892) 7, 2Künzel e.a. 1989 101.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut