Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brief - (schriftelijke mededeling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

EWN: brief zn. 'schriftelijke mededeling' (1236)
ANTEDATERING: die brieue 'de boodschappen op schrift' [1201-25; VMNW]
EWN: ♦ breve zn. 'kort pauselijk schrijven' (1725)
ANTEDATERING: vnnl. een breve oft Bulle 'een decreet van de paus' [1671; Taisne, 201]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

brief zn. ‘schriftelijke mededeling’
Mnl. alle die desen brief sullen sien ‘allen die dit geschrift zullen zien’ [1236; CG I, 20].
Een vroege ontlening aan vulgair Latijn *breve, een gesubstantiveerd onzijdig bn. klassiek Latijn brevis ‘kort’, zoals in brevis libellus ‘kort schrijven’, zie ook → brevier. De verlengde -e- (ē2) moet voor het begin van de schriftelijke overlevering [8e eeuw] hebben bestaan, want in het Nederlands en het Duits werd die al vroeg gediftongeerd tot /ia/, /ië/, wat later -ie- opleverde.
Os. brēf ‘brief, geschrift’; ohd. briaf, brief ‘brief, document’ (nhd. Brief); ofri. brēf ‘brief, oorkonde’ (nfri. brief ‘brief’); me. brief ‘document van een of andere autoriteit’ (ne. brief ‘pauselijk schrijven; samenvatting van de feiten in een rechtszaak’); on. bréf ‘brief, oorkonde’ (nzw. brev ‘brief’); < pgm. *brēva- ‘brief, document’.
breve zn. ‘kort pauselijk schrijven’. Nnl. syn Decreet ofte Breve ‘zijn decreet (van de paus) of breve’ [1725; WNT] is opnieuw ontleend aan het christelijk Latijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brief [geschreven boodschap] {1236} oudfrans brief [kort, brief] < latijn brevis (zelfstandig gebruikt o. breve) [kort] (vgl. breve, brevier). De ontwikkeling van een lat. korte ĕ tot nederlands ie is normaal. In de uitdrukking de oudste brieven hebben [de meeste aanspraak op iets hebben] heeft brief nog de betekenis van ‘schriftelijk document’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

brief znw. m., mnl. brief ‘geschrift, opschrift, brief, boek’, evenals os. brēf m. ‘geschrift, brief, oorkonde’, ohd. briaf, brief ‘geschrift, boek, brief, akte’, ofri. brēf ‘geschrift, brief, oorkonde’ < lat. brēvis met latere rekking van de klinker uit lat. brevis ‘kort’ (vgl. brevis libellus ‘kortschrijven, oorkonde’). De lat. v werd bij de overname reeds als een labiodentale spirant uitgesproken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

brief znw., mnl. brief m. “geschrift, opschrift, boek, brief, schriftelijke akte”. = ohd. briaf, brief m. “geschrift, beschreven blad, boek, brief, akte” (nhd. brief), os. brêf m. “geschrift, brief, oorkonde”, ofri. brêf o. “id.” (uit het Wgerm. on. brêf o.). Uit lat. brĕve resp. brĕvis “kort” (scil. scriptum, libellus). Voor germ. ê² uit lat. ĕ vgl. spiegel.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brief m., Mnl. id., Os. brêf, gelijk Ohd. briaf (Mhd. en Nhd. brief) en Ofra. brief, uit Lat. brevem (-is) = kort, dus = beknopt opstel; uit Ofra. brief, het Eng. brief.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

breef (zn.) brief; Vreugmiddelnederlands brief <1236> < Latien brevis.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

brief (Latijn brevis); (open --) (Duits ein offener Brief)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Brief, van ’t Lat. brevis libellus = kort bericht. Ook werd de naam oorspr. bij ons aan oorkonden gegeven: stadsbrieven, giftbrieven, vrijheidsbrieven, enz. Vgl. ’t Mnl. „So als ons seggen some brieve” = sommige geschriften.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brief ‘geschreven boodschap’ -> Negerhollands brief, brif ‘geschreven boodschap’; Berbice-Nederlands brifu ‘geschreven boodschap’; Papiaments † brifi ‘geschreven boodschap’; Sranantongo brifi ‘post(stuk)’; Aucaans biifi ‘geschreven boodschap’; Saramakkaans biífi ‘geschreven boodschap, post’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brief geschreven boodschap 1236 [CG I1, 20] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

354. Het iemand op een briefje geven,

het iemand stellig verzekeren. Vgl. Alewijn, Phil. Koppel, 45: Hy zal ze my binnen 't uur leveren, daar wil ik je wel een briefje van myn hand van geevenAangehaald in het Ndl. Wdb. III, 1332.; Harreb. I, 90: Ik zal het u op een briefje geven; Nest 61: Hein zou er met zijn doode vingers afblijven, dat geef ik je op een briefje; bl. 105: Er kwam wel ander eten, dat gaf hij zijne hoorders op een briefje; Een vijand van 't Volk1), bl. 64: Maar ze krijgen ze niet klein. Dat kan ik ze wel op een briefje geven.

355. De oudste brieven hebben,

d.w.z. het meest aanspraak op iets hebben. Brief heeft hier nog de bet. van document, schriftelijk bewijs ‘houdende last of opdracht of ook verleening van eenig voorrecht of gunst aan een bepaald persoon’; Ndl. Wdb. III, 1323. Vgl. bij Racer, III, 158: Die olste brieven hebben; Sart. II, 10, 92: Hy heeft d'oudtste brieven; Van Lummel, 408: Sy heeft d'outste brieven; Huygens IV, 242; Brederoo III, 241, 27; M. Wagen, 135 en vgl. Hooft, Brieven, 168: Joffrouw Tol, die uit zoo ouwde brieven op mijn huysvrouwe te spreeken heeft, dat men haar zal moeten voldoen; Tuinman I, 237. Ook in het fri. de âldste brieven ha; hd. die ältesten Briefe haben (Wander I, 464); Eckart 61; Taalgids IV, 260.

356. Een engelschen (of griekschen) brief schrijven.

In sommige streken verstaat men hieronder ‘een dutje doen’. Het valt niet ieder gemakkelijk een engelschen, en althans een griekschen brief te schrijven; daarvoor moet men alleen zijn, om goed te kunnen nadenken en niet gestoord te worden. Vgl. het Zaansche: een brief aan den koning schrijven; zie een tukje doen ; een uiltje knappen.

1069. Hij is kanon,

d.w.z. hij is stomdronken, eig. hij is zoo vol geladen als een kanon. Vgl. Landl. 32: Maar die kerel die zuipt en astie kanon is, slaat ie dat wijf; bl. 153: Ik ben er (van champagne) maar één enkele keer van me leven zoo zalig kanon van geweest; Jord. II, 444: Toen de meiden en het vaarvolk op den Zeedijk weerkeerden, was Corry kanon. Ze lalde, vloekte en zoende. - Eenigszins anders in Sjof. 28: Zuipen deeën ze allemaal, de een liep as een kanon over de straat; bl. 239: Daar zit ie (de dronkaard) als een kanon bij de melkboer voor de deur. In Zuid-Nederland: Zoo zat als een kanon (Antw. Idiot. 1471; hd. betrunken wie eine Kanone), dat te vergelijken is met Hij is geladen (of zoo vol) als een kanon (Harreb. II, XXXI); syn. van Hij is zoo vol als een kartou (Van Effen, XI, 207; Ndl. Wdb. VII, 1683), waarvoor in het hd. gezegd wordt Er ist kanonenvoll oder voll wie eine Kanone oder Er hat einen kanonenrausch, er ist sehr stark betrunken (Wander II, 1131Het door Kluge, Studentenspr. 97 vermelde die völlige Kanone, betrunkenheit, zal wel niets met deze uitdr. te maken hebben. Kanon toch was de naam van een bierglas; vgl. ook het fr. canon, glas wijn; canonner, drinken. Ook zoo dronken als een katrol in Handelsblad 12 Juni 1921 (O.) p. 9 k. 3: Een grooten moordenaar heb ik aangereden. Die was zoo dronken als een katrol en vloekte erger dan een katrol.); fri. in rûs as in kartou of in kartouwer; Maastricht: zat wie kertong (= hd. kartaune; Houben, 99Mogen we dronken zijn als een stoel (Tuinman II, 49) of als een kakstoel (Bergsma, 21) als komische navolgingen beschouwen?). Voor het ontstaan der zegsw. vergelijk Hij is zeil (hij is dronken; eig. hij loopt met een nat zeil); hij raakt knel (Sjof. 209), welk adj. knel ontleend is aan in de knel raken; hij is kous, hij heeft niets gevangen, komt met een ledige schuit terug (Boekenoogen. 503), ontleend aan met de kous op den kop thuiskomen; het 17de-eeuwsche brief, pochhans, ontleend aan een brief hebben, zich veel inbeelden (Ndl. Wdb. III, 1324); hij is kriek, krankzinnig, ontleend aan het voor zijn kriek hebben (Boekenoogen, 515); het hd. barg. er ist Flanell ontleend aan Flanellwache stehen, Flanellwache halten, von verheirateten Dieben, wenn sie sich durch die Flitterwochen abhalten lassen, ihren alten Verkehr zu frequentieren (Rabben, 49); enz.

1564. Iets uit de mouw schudden,

d.w.z. iets moeilijks gemakkelijk en zonder moeite verrichten; zie Tuinman I, 21: ‘Dit zegt men van iets gereedelyk en met weinig moeite te voorschijn brengen: 't geen op predikatiën, of iets dergelijks wordt toegepast’. Vgl. hiermede De Bo, 716 a: Uit de mouwe preeken, pleiten, prediken of pleiten zonder voorbereiding, zonder de zaak overwogen te hebben. De spreekwijze herinnert aan den tijd, toen men zeer wijde mouwen droeg, waarin allerlei zaken konden worden verborgen (no. 30). Ze was in de 17de eeuw vrij bekend en wordt o.a. aangetroffen in Hooft's Brieven, 204 en 498: Wist' ik de braave veirzen zoo makkelijk uit de mouw te schudden, als de Heer Barlaeus; Lichte Wigger, 13 r; Westerbaen I, 63; Besteedster, 3; Harrebomée II, 106; Ndl. Wdb. IX, 1187; Villiers, 83; enz. In het hd. is eveneens bekend etwas aus den Ermeln (oder dem Sacke) schütteln, aus weitem Ermel plötzlich hervorholen (Grimm I, 557); in het Nederd. ut 'n Arm schüddeln; da hät dä us dem Mau geschött; he schüddelt et ût de Maue (Eckart, 18; 351; 367). Vgl. ook verzen of een brief uit de pen schudden (o.a. in V. Effen, VIII, 190; C. Wildsch. VI, 99).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut