Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bricole - (terugstuiting)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bricole [terugstuiting] {1824} < frans bricole [belegeringswerktuig, slinger, terugstoot] < italiaans briccola [slingerwerptuig], uit het germ., vgl. nederlands brik [(gebroken) stuk steen], van breken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

abrikol, zn.: stoot over de losse band (biljart). Vervormd uit Fr. bricole ‘id.’. De oorspr. bet. was ‘blijde, katapult’, vandaar de bet. ‘afkaatsing, afketsing’ in het jeu de paume of het biljart. Uit It. briccola < Langobardisch *brihhil van het werkwoord breken, D. brechen.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

brikol, abrikol in brikol spelen ‘over band spelen’ (biljart). Fr. bricole ‘stoot over de losse band’ < ww. bricoler ‘knutselen’.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

bricol (O), zn. m.: borstriem, borstjuk. Fr. bricole; zie bricoleren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut