Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brengen - (aandragen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

brengen ww. ‘aandragen’
Onl. bringon ‘brengen’, brāhtos (2e pers.ev. pret.) ‘jij bracht’; (forh)brenginde (teg.deelw.) ‘(voort)brengend’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. bringen [1236; CG I, 22], brengen [1254; CG I, 53].
In het pgm. stonden een sterk en een zwak werkwoord naast elkaar. Sterk: os. bringan, ohd. bringan (nhd. bringen); oe. bringan (ne. bring); got. briggan, van het sterke werkwoord pgm. *bringan-. Zwak: os. brengian; ofri. brenga, brendza, bringa (nfri. bringe); oe. breng(i)an (met preteritum bracht (< *brāhta < pgm. *branhta-), van het zwakke werkwoord pgm. *brangjan-. Reeds in de vroegste periode treedt verwarring op: in het ohd. komt bij bringan meestal het pret. *brāhta voor, al komen in de 9e eeuw ook (wrsch. secundair) pret. ev. brang en pret. mv. brungun voor. In het Oud- en Middelnederlands zijn alleen zwakke vormen geattesteerd. Alle vormen gaan terug op de wortel pgm. *bring- ‘brengen’.
Verwant schijnen alleen Keltische en Tochaarse vormen te zijn: Welsh he-brwng ‘brengen, leiden’ (< *sem-bhronk-); Tochaars A prank-; Tochaars A/B prānk- ‘verwijderen’. Dit duidt op pie. *bhrenk-. De verdere herkomst is duister. NEW denkt aan een substraatwoord.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brengen* [vervoeren] {oudnederlands bringon (2e pers. verleden tijd) 901-1000, middelnederlands bringen, brengen} komt alleen in (niet-noord)germ. en kelt. voor: oudsaksisch brengian, oudhoogduits bringan, oudfries brenga, bringa, oudengels brengan, gotisch briggan, middelcornisch hembronk [leiden], welsh hebrwng [zenden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

brengen ww., mnl. brenghen, bringhen, os. brengian, ofri. brenga, brendza, branga, bringa, oe. brengan < germ. *brangjan. Daarnaast: onfrank. bringon, os. ohd. oe. bringan, got. briggan < germ. *bringan. In het Noordgerm. ontbreekt dit woord. — kymr. he-brwng ‘brengen, glijden, leiden’ (< *sem-bronk), idg. wt. *bhrenk (IEW 168).

Men kan formeel deze wortel als een verlenging van *bher ‘dragen’ (zie: baren) beschouwen, of ook als een combinatie van de wortels *bher + *eneḱ (waarvoor zie: genoeg) opvatten, maar dit is wel zeer geconstrueerd. — De geringe uitbreiding van deze woordgroep (germ. en kelt.) kan het vermoeden doen rijzen, dat het een substraatwoord kan zijn. — Daar in het nd. brengen in het W., maar bringen in het O. heerst, moet brengen in de Mark berusten op overname van nl. kolonisten, vgl. Teuchert Sprachreste 309.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

brengen ww., mnl. brenghen, bringhen. = os. brengian, ofri. brenga, brendza, branga, bringa, ags. brengan “brengen”. Hiernaast onfr. bringon, ohd. bringan (nhd. bringen), os. ags. bringan (eng. to bring), got. briggan “id.” Mnl. bringhen, owfri. bringa zouden behalve op wgerm. “braŋʒian ook op *briŋʒan kunnen teruggaan. Voor de twee praesensstammen vgl. zwemmen. Wsch. is idg. bh(e)ren͂ǵh- de genasaleerde vorm der basis bhereǵh-, waarvan arm. baṙnam,,ik hef op” (aor. barji); hierbij is ook kymr. he-brwng “begeleiden” gebracht. Vgl. springen: gr. spérkhomai. Bhereĝh- kan een verlenging van bher- “dragen” (zie baren) zijn. Minder wsch. is de basisvorm bh(e)ren͂ḱ-, die door contaminatie van bher- en en͂ḱ- “dragen” (zie genoeg) verklaard is.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brengen o.w., Mnl. brenghen, bringhen, Onfra. bringon, Os. bringan en brengian + Ohd. bringan (Nhd. bringen), Ags. brengan, bringan (Eng. to bring), Ofri. bringa, brenga, On. ontbreekt (Zw. bringa, De. bringe uit Ndd.), Go. briggan + We.. he-brwng = begeleiden; men vermoedt dat het een afleid. met nasaleering kan zijn van beren (z. baren); sommigen opperen de heel vernuftige gissing van een samensmelting van wrt. bher en wrt. ene(n)k = dragen, die b.v. in ’t Gr. mekaar in de vervoeging aanvullen.

Thematische woordenboeken

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

brengen

Er wordt soms bezwaar gemaakt tegen het gebruik van brengen in de betekenis van ‘publiceren’, ‘vertonen’, ‘uitzenden’ enz., bijv. in ‘het blad brengt deze week een interessante reportage over -’ of ‘de radio brengt een concert’. Sommigen beschouwen het als een germanisme: het Duitse ‘bringen’ heeft inderdaad een ruimer betekenisveld dan het Nederlandse ‘brengen’. Anderen zien er eerder een modewoord en een gemakkelijke loper in.

Van Dale en Koenen (die het aan het begin van de jaren ’70 nog afkeurde) hebben de consequenties getrokken uit het veelvuldig gebruik van brengen: ze aanvaarden het als correct Nederlands. Eigenaardig genoeg hebben de meeste andere woordenboeken het nog niet opgenomen. Nochtans zal men het in de kranten vaak aantreffen:

‘We hebben het juiste moment gekozen om deze zaak te brengen, zegt de heer Keyzer.’ (Elseviers Magazine, 26.12.70, p. 26)
‘Actualiteiten ... die nog slechts gebracht worden op een manier die geen enkele luisteraar van gedachten zal doen veranderen...’ (De Groene, 18.7.71, p. 1)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

meebrengen (met zich --) (vert. van Duits mit sich mitbringen)
Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

bringe (ww.) brengen; Aajdnederlands bringon <901-1000>.

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Bring ww., term in albasterspel, E. to pull. – Rutten 39: “Zich brengen, te kort bijkomen (knikkerspel). Achterwaarts! gij brengt u.”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brengen ‘vervoeren’ -> Deens bringe ‘vervoeren; in een toestand raken’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors bringe ‘vervoeren’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds bringa ‘vervoeren’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands breng, bring, brin ‘vervoeren’; Berbice-Nederlands bringgi ‘vervoeren’; Skepi-Nederlands brink ‘vervoeren’; Sranantongo bringi ‘vervoeren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brengen* vervoeren 0901-1000 [WPs]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1554. Morgen brengen!

Men geeft dit ten antwoord om het door een ander voorspelde of gezegde als hoogst onwaarschijnlijk te brandmerken; een ironische uitdrukking: in denzelfden zin: morgen aan de koffie of morgen, als Kaatje verjaart; dat kanje denken! dat kun je begrijpen! oele!Zie aldaar., goeje morgen (Pothof); en voorheen: ja nebben!Ndl. Wdb. VI, 1685.; ja warme broers!Ndl. Wdb. III, 1429.; 16de eeuw: morgen noene; 18de eeuw: zoo menigen Franschman!; nd, märgen brenge (Eckart, 369); hd. ja, übermorgen; ja, kuchen! Het dichtst bij onze tegenw. uitdr. staat morgen weerkomen, dat we vinden in Brederoo's Moortje, 2001. Zie verder Ndl. Wdb. IX, 1138; V. Schothorst, 170; Nest, 34; 120; Nkr. VII, 8 Nov. p. 1. Ook overal in Zuid-Nederland; zie o.a. bij Rutten, 148: morgen komen (brengen); Waasch Idiot. 145 a; Antw. Idiot. 834. In Maastricht en elders morgen vreug (Molema, 270 a; 't Daghet XII, 188); mörrige mots! jèh franksN. Taalgids XIV, 197. of mergen! (Antw. Idiot. 1906). Synonieme uitdrukkingen zijn je tante op een houtvlot! (in D.v.S. 57); an me blouse (in Menschenwee, bl. 30; 40) of aan (of op) mijn lijf geen polonaise, o.a. in Nkr. VIII, 15 Febr. p. 2: Maar ik bedank ze feestelijk, op mijn lijf geen polonaise, zeg ik; 29 Aug. p. 2: Dit zou evenwel een ganschelijk onjuiste onderstelling geweest zijn, mijn waarde. Pas si bête, zegt de Franzoos, wat in goed Hollandsch zooveel beteekent als: op mijn lijf geen polonaise (een japonlijf met langen schootDe Telegraaf, 2 Juli 1914, p. 5 k. 1 (avondbl.). Nu de polonaise vergeten is, vat men dit woord op als naam van den dans en hoort men den variant: Aan mijn corpus geen fox-trott! (naam van een dans).); Groot-Nederland, 1914 (Oct.) bl. 405: Ik heb ééns in m'n leven 'n boterbriefje gehaald en na dien tijd heb 'k gedacht.... an mijn lijf geen tweede polonaise; bl. 463: Ik draag nooit anders as horlogies met koperen kasten en ringen met similie.... An mijn lijf geen polonaise. Wat jij Robbie? Vgl. hd. guten Morgen, herr Fischer.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut