Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bremsen - (botsen; remmen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bremsen (bremste, heeft/is gebremst), bremzen (bremsde, heeft/is gebremsd), 1. botsen. Twee auto’s zijn gebremst. - 2. remmen. Auto kwam, sneller dan vijftig kilometers tegelijk. Dan auto bremste (Cairo 1980b: 183). - Etym.: D b. = bet. 2. - Syn. van 1 boksen*. Zie ook: (i.v.m. 1) gebremsd*, (i.v.m. 2) brikken* (I).
— : met/op, toevallig ontmoeten, tegenkomen, tegen het lijf lopen. Als ze nie doodkraperen, komen ze na’ hier [Nederland], was die reaksie van Airis. Dan kan je op Albert Cuypmarkt daar met ze gaan bremzen op zaterdag brekfest* (Cairo 1979b: 24). Onderweg is hij! En op wie bremst hij? Zijn kinderen hun moeder! (Cairo 1978b: 413). - Etym.: Zie bremsen* (1), brems*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut